Al weer drie avonden achtereen schettert vrijwel onafgebroken ‘Indian Love Call’ door mijn kamer; een lied uit de musical ‘Rose-Marie’ uit 1924 van de componist/pianist Rudolf Friml. (U weet wel)
De artiest die de vertolking van dit nummer niet geheel onverdienstelijk (op cinemaorgel) voor zijn rekening neemt is Jesse Crawford, maar ondanks het feit dat de beste man in zijn dagen bekend stond als ‘Poet of the organ, Wizard of the Mighty Wurlitzer’ durf ik zomaar te vermoeden dat ook zíjn naam niet direct een belletje bij u doet rinkelen.
Enfin.
Doet er ook eigenlijk niet toe.
‘Indian Love Call’ is best wel een beroerd nummer, namelijk.
Bovendien is ‘Musical’ niet bepaald mijn genre.
En als ik érgens een bloedhekel aan heb dan is het wel aan orgel, in welke vorm dan ook.
‘Waarom uzelve dan toch keer op keer pijnigen met dat zelfde lied’, is de vraag die u mij met recht zou mogen stellen.
Welaan, dat zal ik u verklappen, al is het antwoord voor u waarschijnlijk even onbevredigend als nietszeggend: ‘ik kreeg het cadeau bij een aanschaf die ik zondag jongstleden deed’.
Mocht u ter broodnodige variatie echter de laatste van Coldplay, Radiohead of (desnoods) Britney Spears in de aanbieding hebben, dan houd ik mij daarvoor van harte aanbevolen.
Maar dan wel graag op 78 toeren…
