Slapeloze nachten

Er zijn weinig mensen die u zó zielsgelukkig maakt met een welgekozen verjaardagscadeau als ondergetekende.
Ja, dat geloof ik nou nog ‘s wérkelijk.
En da’s eigenlijk altijd al zo geweest.

Dat ik u dit zo openhartig beken verbaast mijzélf eerlijk gezegd nog het meest, daar ik graag van mijzelf geloof dat ik alles behalve materialistisch ben ingesteld en ongebreidelde inhaligheid bovendien niet bepaald als een deugd beschouw.
Maar goed. Het is nou eenmaal niet anders. Zodra iemand mij een verjaarsattentie offreert ontwaakt ergens diep in mij een hebberigheid die zich onmogelijk laat beteugelen: ‘ik grís de gulle gever het cadeau uit handen, mompel een nauwelijks verstaanbaar dankwoord, ontdoe de gift met ongecontroleerde gretigheid van zijn verpakkingsmateriaal, om mij vervolgens in een urenaanhoudende staat van manische extase uitslúitend nog met het zojuist ontvangen geschenk te vermoeien’.

Van tijd noch ruimte heb ik vanaf dat moment zelfs ook maar de geríngste notie, mijn gasten laat ik over aan hun beklagenswaardig lot, en ik zou waarschijnlijk zelfs compleet vergeten bijtijds een toilet te zoeken indien ik plassen moest. Zó ga ik op in de euforie die mij door een jongste aanwinst geschonken wordt!

En ook dát is eigenlijk altijd al zo geweest.

Verder lezen

Der Prozess

‘Hoewel ik in mijn vlegeljaren de vrouwen die mijn pad kruisten volgaarne ánders wilde doen geloven ben ik op de keper beschouwd eigenlijk best wel een brave man.’

Ik ben me er terdege van bewust dat bovenstaande ontboezeming voor u, beste lezer, náuwelijks een prikkel in zich draagt om überhaupt nog verder te lezen.

Welnu: ‘tant pis’.
Ja.
Dat ís dan maar zo.
Ik kan er met de beste wil van de wereld namelijk simpelweg niet veel meer van maken.

Want hoewel ik van tijd tot tijd héus wel zo mijn ondeugende droombeelden en snaakse fantasietjes heb, kan ik allerminst bogen op het indrukwekkend soort crimineel C.V. dat u tot vousvoyeren noopt; een imponerende reeks bankkraken heb ik namelijk niet op mijn naam, nimmer bracht ik een drugslijn met het één of ander Zuid-Amerikaans land tot stand, in bestanden van de FIOD zult u mij vergeefs zoeken, geen topcrimineel hier te lande slaapt ook maar een minuut minder omdat ik met hem/haar nog een appeltje te schillen zou hebben, de nieuwe partners van al mijn ex-vriendinnen zijn nog steeds kerngezond en ‘alive and kicking’ , zelfs voor het negeren van een stoplicht ben ik te schijterig, en politicus ben ik bovendien ook al niet.

Verder lezen

Wekelijks terugkerend feest van herkenning

Altijd weer máchtig interessant, om daags na het weekend te mogen vernemen met wat voor een uitzonderlijke avonturen m’n dierbare, mannelijke collega’s hun tweedaagse ‘leisure-time’ hebben zoet gebracht.
Sterker nog: ik kijk immer dusdanig reikhalzend uit naar hun sterke verhalen tijdens het eerste kopje maandagochtendkoffie dat ik dat hele weekend het liefst compleet zou overslaan!
Maar dat kan natuurlijk niet.
Waar zouden ze anders de tijd vandaan moeten halen om hun uitzonderlijke avonturen ook daadwerkelijk te kunnen beléven, niet waar?

Eergisteren was het gelukkig weer zo ver. Reeds bij binnenkomst in de personeelsruimte zag ik ze aan hun vaste tafeltje zitten, collega 1, 2 en 3; licht naar elkaar overhellend converseerden ze met gedempte stem, als beraamden ze een coup.
Maar ík wist natuurlijk wel beter!
Ik schonk snel m’n pleur in en schoof likkebaardend aan.
Ik boog m’n gelaat tussen hun koppen, wisselde enkele blikken van begroeting en  herkenning, en leverde zo mijn subtiele bijdrage aan de warme vorm van verstandhouding die slechts tussen mannen onderling kan bestaan. Om vervolgens met geduld en gepast respect alert te zijn op het moment waarop ik mij vloeiend in hun discours zou kunnen mengen:

Verder lezen

Blinde fluister

‘Waarom schrijf je eigenlijk nooit meer?’, vroeg Goede Vriend opeens.

Zijn vraag overviel me enigszins.
We waren namelijk juist voor een lang weekend naar Belgisch-Limburg getogen om de zinnen wat te verzetten. Het hoofd leeg te maken. Stoom af te blazen. Tot rust te komen.
Ja. Een beetje ‘geestelijk hergroeperen’ was het vooraf geformuleerde doel van onze expeditie. En daartoe stiefelden we dwars door dat prachtig glooiend maar o zo woeste landschap op ons gemakje enkele afstandjes van een verwaarloosbare 70, 80, 90 kilometer weg, onderwijl wat leuterend over moraal, literatuur, religie, de Snaartheorie, vrouwen en andere vermakelijke bijzaakjes des levens.
Met andere woorden: ik kón er in alle redelijkheid niet op bedacht zijn dat Goede Vriend halverwege één onzer wandelingen plots een bloedernstige aangelegenheid als mijn Schrijverschap zou aanroeren.

‘Later’, zo maakte ik met mijn hand een wegwerpgebaar, aangezien we net aan een pittig klimmetje begonnen waarvoor ik mijn adem nog wel eens hard nodig zou kunnen hebben.

Verder lezen

Waar ik soms nou nog ‘s écht zin in heb…

Fossielen zoeken in een drooggevallen Italiaanse bergbeek. Avondje doorzakken met Marcus Tullius Cicero. Stapel boeken weglezen waar ik al veel te lang niet aan toe kwam. In m’n eentje weer ‘ns een week in een Amelands duinhuis. Een lang weekend naar m’n zusje in Rome en dan héél veel praten, janken en lachen. Rufus nóg een keer een hand geven (en misschien ook wel een knuffel). 100% geen gezeik aan m’n kop. Zondagmiddagje bijpraten met de vriend van Nina. Me eens een écht kostuum laten aanmeten in plaats van die 4000 Euro confectieshit waarin ik me doorgaans voortbeweeg. Een weekje retraite in m’n favoriete klooster. Alsnog ‘sorry’ zeggen waar dat eigenlijk nodig was. Alsnog ‘sorry’ horen waar dat eigenlijk keihard nodig was. Een ouderwets goed gesprek met m’n goeie, oude, overleden vriend Hellema. Een Witbiertje, zónder citroen. (Of twee). Opnieuw tien zijn en met m’n vader (Nee: ‘met m’n goeie, lieve, wijze, fantastische vader’) naar Santiago de Compostella fietsen. Hallelujah’ van Jeff Buckley beluisteren zoals ik het hoorde voor die allereerste keer. Het volgende weblogpostje van mikzlog , JNNK  of aiebdbi. Helemaal opnieuw beginnen. Een tijdreis maken naar die paar jaren vóór 8 september 1981 voor een goed gesprek met m’n moeder. Het gevoel ‘dat het nog álle kanten op kan’.  Wakker worden zonder kater. Opnieuw verliefd worden op m’n vriendin. Voor het eerst en eindelijk van de hoge. Dat ik de paperclip had uitgevonden. Kamperen in Bolletje Ronald. Wilde, adembenemende, bloedstollende seks met het meisje van het café om de hoek. (Goed gesprek mag ook. Maar liever: ‘wilde, adembenemende, bloedstollende seks’) Mattheus Passion, Naarden, 20 maart 2008. Dat ‘my dearbeloved’ stille lezer een verbluffende gastnozzel schrijft. Gastronomisch spektakel en goeie gesprekken bij de vriendin van een (Állerbeste) vriend in Den Haag. Dat op een onbewaakt moment de Heilige Maagd Maria aan mij verschijnt. Met m’n kop in de zon daadwerkelijk vóelen dat de zon schijnt. Nimmer nog Immerloos. ’Thuis komen’ in dit leven. Elk ogenblik van m’n leven een Nozzel waard.

(Maar ik begrijp natuurlijk óók heus wel dat het niet élke dag feest kan zijn….)

Agendawanbeheer -slash- secretaresse (V/V) gezocht

Sinds enkele weken staat er met dikke letters in mijn agenda bij 5 juli 2007: ‘Groningen – 20:30 uur – ‘Rufus’.

Onderstreept nog wel, dus het móet haast wel iets belangrijks wezen.

De grap is echter: ‘Ik kén helegaar geen Rufus!’

Ik zóu morgenavond dus net zo goed gewoon thuis in Utrecht op de bank kunnen blijven zitten wachten tot die Rufus opbelt zo van ‘Ja hé sukkel ik dacht dat wij een afspraak hadden, ik sta hier al minstens een uur en waar blijf je nou?!’, waarop ik dan iets zou mompelen als ‘shit man sorry!!, helemaal vergeten (gékkenhuis hier!), ergens volgende week tijd voor een nieuwe afspraak?’

Ja ,dat zóu ik kunnen doen….

Maar ik denk dat ik morgen voor de zekerheid tóch maar naar Groningen afreis.
Net zo spannend, eigenlijk.
Kom ik er tegen half negen waarschijnlijk vanzelf wel achter wat die knakker van me moet….

Onredelijk

Het weekend kwam wat traag op gang, vanmorgen.
Ik zelf trouwens ook.
Kon iets van doen hebben met oververmoeidheid mijnerzijds. Of met een na-kater van donderdagavond (Tsjees wat was dat weer ouderwets lachen zeg, donderdagavond! En wat hádden we een dorst.)
Of gewoon door het sombere weer.

‘Luie schommelstoel, stapel boeken - pot thee -rol Mariakaakjes binnen handbereik, Mozart’s fagotconcert op de achtergrond’ leken mij ideale condities om het weekend plezierig kabbelend aan me voorbij te zien glijden.

Helaas dacht m’n vriendin daar anders over: ‘Wat zullen we vandaag eens gaan dóen?’
Ik veinsde enige hardhorendheid maar daar kwam ik helaas niet mee weg.
‘Hé Professor. Wat zullen we vandaag eens gaan dóe-hóen?!’

Ik legde m’n boek terzijde en plooide m’n gelaat in de piekerstand.
‘Nou’, begon ik, en liet een korte stilte vallen om de spanning wat op te voeren: ‘we zóuden vandaag natuurlijk kunnen gaan schaatsen op de Oude Gracht. Of een kerstboom kunnen kopen en optuigen. Of we nemen deel aan een Whalewatch voor de kust van Nieuw Zeeland. En mocht je daar geen zin in hebben dan kunnen we vanmiddag natuurlijk ook bij Maxima en Willem Alexander op de thee. Of we bezoeken een concert van Elvis Presley. Of de bioscoop, voor mijn part: Titanic deel III, of we trekken onze robuuste stappers aan en maken een stevige ruimtewande….’

M’n vriendin liet zich terugvallen in het pluche van de bank en rolde met haar ogen, onderwijl amechtig zuchtend. ’Laat maar. Aan jou heb ik ook niks!’

(Ja, eh… sorry hoor!, denk ik dan. Dan níet hoor.  Even goeie vrienden maar vraag míj dan niks en bedenk zélf wat leuks.

‘Vróuwen….!’

Want echt: ‘Luie schommelstoel, stapel boeken - pot thee -rol Mariakaakjes binnen handbereik, Mozart’s fagotconcert op de achtergrond’ lijken mij nou eenmaal de ideale omstandigheden om het weekend plezierig kabbelend aan me voorbij te zien glijden)

For good old time’s sake

Onze meeste ontmoetingen verlopen vliegensvlug.
Sterker nog: van een echte ontmoeting is meestal nauwelijks sprake.
Vaak beperkt ‘t zich tot slechts een begroeting.

Dan draaien m’n pedalen mij ‘s morgens in alle vroegte richting m’n werk als plots aan de overzijde van de straat een hand de lucht in gaat. En nog voor ik die passerende fietser goed en wel herken, of me zelfs maar realiseer dat dit joviale gebaar wel degelijk aan míj is geadresseerd, hoor ik: ‘Hey Oscar!

Snel gooi ik dan ten teken van herkenning en als antwoord mijn hoofd in m’n nek en roep boven het gebulder van voorbijrazende auto’s uit: ‘Hey Frank!

Soms schreeuw ik ook nog: ‘Alles goed?‘, en als ik dan snel genoeg over mijn schouder blik krijg ik als antwoord een opgestoken duim, en zie nog net hoe Frank’s schim al weer oplost in het immer drukke stadsverkeer.

En dat is het.
Meer niet.

Dat lijkt wat kort en kil, maar ik kan u zeggen: ‘op dergelijke ontmoetingen teer ik minstens een dag’.

Verder lezen

Monologue Intérieur

(…)
‘..test..’
‘..test.., Test..’

(testingtestingonetwoonetwotestingtesting)

Hmm.
‘Test, Test, TEST!’

-’Zeg!’
-’Tes.., sorry zei je wat?’
-’Ja, of je even kan kappen met die ongein, of anders in ieder geval de goedheid op wil brengen mij te verklappen waar al die drukte in vredesnaam toe dient.’
-’Oh, ik ben eigenlijk alleen maar het één en ander ..’
-’..’aan het testen’, zeker? Dat zie ik, Einstein, maar waartóe.’
-’Nou gewoon, even controleren of alles het nog doet. ‘k was hier al een tijdje niet meer geweest. Vandaar.’

cursief           (test)     oke!
vet                 (test)    dito!
doorstreept  (test)     uit de kunst!

-Het líjkt allemaal in orde.

Nog even de ‘lees verder-functie’ checken:

Verder lezen

Waar de tijd blijft

Fysiek gesproken voel ik mij meestentijds lekker als kip.

Ik ben met u eens: het is een voorrecht om dat te kunnen stellen.

Welbeschouwd word ik eigenlijk nooit geplaagd door pijntjes, kwalen of lichamelijke ongemakken die een sappige Nozzel zouden rechtvaardigen.
Dat is wellicht wat saai voor u, maar mij zult u daar niet over horen klagen.

Ook psychisch gaat het me eigenlijk best wel voor de wind: zelfs de uitwassen van mijn immer gierende hypomanie springen doorgaans niet dusdanig in het oog dat ze aanleiding geven tot een smeuïg stukje te uwer vermaeck.
Bovendien ben ik er de man niet naar om te koketteren met mijn gebreken of tekortkomingen, dus u had daar sowieso naar kunnen fluiten.

Dat ik mijn medisch dossier niet te pas en te onpas in de openbaarheid mieter zou bij de onwetende lezer echter het beeld op kunnen roepen als zou ik een op alle fronten volstrekt uitgebalanceerde persoonlijkheid zijn: ‘fysiek een halfgod, mentaal een gigant’.

Hoewel dat inderdaad niet ver bezijden de waarheid is ben ik eenvoudigweg te bescheiden om bij dat beeld niet ook een kanttekening te plaatsen.
Ter nuancering wil ik u bij hoge uitzondering namelijk best verklappen: ‘ook ik ben behept met een raar soort tic’.

Verder lezen

Voorzichtig Vraagje

Dat ik tot op heden geen telefoontje heb ontvangen
  en ook geen briefje op m’n kokosmat trof
Geen burgemeester of commissaris van de Koningin aan de deur heb gehad
  en m’n naam in geen enkel krantenoverzicht te lezen viel:

Wil dat nou zeggen dat dat lintje ook dit jaar weer aan m’n neus voorbij is gegaan?

Ja, nou ja.
Dacht ik ook eigenlijk al…

Maar ergens blíjf je stiekem hopen hè?