Er zijn weinig mensen die u zó zielsgelukkig maakt met een welgekozen verjaardagscadeau als ondergetekende.
Ja, dat geloof ik nou nog ‘s wérkelijk.
En da’s eigenlijk altijd al zo geweest.
Dat ik u dit zo openhartig beken verbaast mijzélf eerlijk gezegd nog het meest, daar ik graag van mijzelf geloof dat ik alles behalve materialistisch ben ingesteld en ongebreidelde inhaligheid bovendien niet bepaald als een deugd beschouw.
Maar goed. Het is nou eenmaal niet anders. Zodra iemand mij een verjaarsattentie offreert ontwaakt ergens diep in mij een hebberigheid die zich onmogelijk laat beteugelen: ‘ik grís de gulle gever het cadeau uit handen, mompel een nauwelijks verstaanbaar dankwoord, ontdoe de gift met ongecontroleerde gretigheid van zijn verpakkingsmateriaal, om mij vervolgens in een urenaanhoudende staat van manische extase uitslúitend nog met het zojuist ontvangen geschenk te vermoeien’.
Van tijd noch ruimte heb ik vanaf dat moment zelfs ook maar de geríngste notie, mijn gasten laat ik over aan hun beklagenswaardig lot, en ik zou waarschijnlijk zelfs compleet vergeten bijtijds een toilet te zoeken indien ik plassen moest. Zó ga ik op in de euforie die mij door een jongste aanwinst geschonken wordt!
En ook dát is eigenlijk altijd al zo geweest.
