“Ik heb ook ogen”, zegt ze, terwijl ze dromerig in de ogen van M. staart.
“Ja”, zeg ik. “Net als M. Vind je de zijne mooi?”
Ze knikt hevig: “Ja-aah!”
“Wat voor kleur zijn zijn ogen?”
“Ehm… zwárt!”
“Ja, de binnenkant is zwart. Maar daaromheen? Wat voor kleur is dat?”
Er valt een korte stilte.
Dan veert ze op.
“Róze!”
Roze is haar Lievelingskleur. Met een hoofdletter.
Later mag ik haar naar bed brengen, met voorlezen en alles erop en eraan. Ik vind dat stiekem heel bijzonder. Ze zit op mijn schoot, duim in haar mond, rozig van de dag, terwijl ik voorlees.
Ze ontdekt mijn oren en zegt: ”Ik wil ook oorbellen. En dan wil ik eentje van Winnie de Pooh en eentje van Knorretje.”
Na het voorlezen klimt ze via een trappetje in bed. Voordat ik zachtjes de deur achter me dicht zal trekken, nemen we de dag nog even door.
“Het was leuk hè vandaag”, zeg ik.
“Ja”, knikt ze. “Maar ik was wel een beetje verlegen.”
“Dat vond ik anders reuze meevallen.”
“Maar ik was toch wel een beetje verlegen.”
Daarna maken we plannen voor de nabije toekomst.
“Kan dat op de fiets?”, vraagt ze.
“Nee, dat is te ver. Je moet met de trein of met de auto komen.”
“Doe maar auto dan, dat is makkelijker”, antwoordt ze, al half in slaap.
Na een laatste ’slaap lekker’ sluit ik zachtjes de deur achter me en sluip de trap af. Eenmaal weer in de huiskamer vraagt M.: “Hoef ik geen afscheid te komen nemen?” Hij kijkt een beetje beteuterd. Ik kan hem geruststellen: “Ze vroeg ‘Waar woont jouw vriendje?’ en ze is vast van plan je op te komen zoeken. Met de auto.”