Muziek muziek muzíek

In de Fnac in Perpignan kochten we de cd ’Hobo’ van Charlie Winston. Wachtend in de rij voor de kassa viel mijn oog op een andere cd waarvan de voorkant me meteen intrigeerde. Misschien omdat de vrouw me aan Janis Joplin deed denken en het beeld ook een vleugje Harvest van Neil Young in zich droeg. Ik probeerde de naam Lhasa in me op te slaan, om eenmaal terug in Nederland uit te zoeken wat voor muziek er achter dat intrigerende plaatje schuil ging.
Vervolgens vergat ik het weer.
Tot ik besloot on line kaartjes te bestellen voor het concert van Charlie Winston in L’Olympia in Parijs in november. Naast de aankondiging van het concert van Charlie vond ik Lhasa de Sela (zoals ze voluit bleek te heten) terug; ze bleek twee dagen vóór hem op te treden in datzelfde Olympia. Nieuwsgierig klikte ik door. Mijn hart ging sneller kloppen; wat een mooie vrouw en wat een mooie stem..!
Zo is het gekomen dat we in oktober naar Lhasa de Sela in Paradiso gaan, een maand later het concert van Charlie Winston bezoeken in Parijs en o ja, als kers op de appelmoes…(tromgeroffel)… gaan we dan in december Rufus Wainwright en familie zien in de Royal Albert Hall in Londen. Als dat geen fijn concertcrescendo is!

Tijdens het googelen en youtuben stuitte ik ook op dit ontroerend-rare clipje met Stuart Staples (ook bekend van de Tindersticks) en Lhasa de Sela: that leaving feeling. Móói!

Drie jaar en vier maanden

“Ik heb ook ogen”, zegt ze, terwijl ze dromerig in de ogen van M. staart.
“Ja”, zeg ik. “Net als M. Vind je de zijne mooi?”
Ze knikt hevig: “Ja-aah!”
“Wat voor kleur zijn zijn ogen?”
“Ehm… zwárt!”
“Ja, de binnenkant is zwart. Maar daaromheen? Wat voor kleur is dat?”
Er valt een korte stilte.
Dan veert ze op.
“Róze!”
Roze is haar Lievelingskleur. Met een hoofdletter.

Later mag ik haar naar bed brengen, met voorlezen en alles erop en eraan. Ik vind dat stiekem heel bijzonder. Ze zit op mijn schoot, duim in haar mond, rozig van de dag, terwijl ik voorlees.
Ze ontdekt mijn oren en zegt: ”Ik wil ook oorbellen. En dan wil ik eentje van Winnie de Pooh en eentje van Knorretje.”

Na het voorlezen klimt ze via een trappetje in bed. Voordat ik zachtjes de deur achter me dicht zal trekken, nemen we de dag nog even door.
“Het was leuk hè vandaag”, zeg ik.
“Ja”, knikt ze. “Maar ik was wel een beetje verlegen.”
“Dat vond ik anders reuze meevallen.”
“Maar ik was toch wel een beetje verlegen.”

Daarna maken we plannen voor de nabije toekomst.
“Kan dat op de fiets?”, vraagt ze.
“Nee, dat is te ver. Je moet met de trein of met de auto komen.”
“Doe maar auto dan, dat is makkelijker”, antwoordt ze, al half in slaap.

Na een laatste ’slaap lekker’ sluit ik zachtjes de deur achter me en sluip de trap af. Eenmaal weer in de huiskamer vraagt M.: “Hoef ik geen afscheid te komen nemen?” Hij kijkt een beetje beteuterd. Ik kan hem geruststellen: “Ze vroeg ‘Waar woont jouw vriendje?’ en ze is vast van plan je op te komen zoeken. Met de auto.”

Boven op de berg

Boven op een berg in Zuid-Frankrijk is alles heel ver weg. De naam Karst T. deed nergens een belletje rinkelen en Ab Osterhaus was niet op de radio. Er was ook geen radio.

Boven op een berg in Zuid-Frankrijk is alles heel ver weg. Vooral als je auto het begeeft. En het dichtstbijzijnde dorp (bestaande uit één bakker en een leegstaand gevang) anderhalf uur lopen verderop ligt.

Ik ga nooit ergens heen zonder mijn auto. Een Suzuki Wagon uit 1997, die ik van mijn opa heb gekregen. Toen mijn opa nog leefde, reed ik er al eens mee naar Barcelona. Onderweg fotografeerde ik de Suzuki; parmantig geparkeerd naast een grote vrachtwagen of koddig gesitueerd onder een palmboom. Ik was niet alleen, ik was met het autootje: samen ‘en route’.

Als ik ver van huis ben, en ik vind Zuid-Frankrijk al best ver, dan zou ik mijn autootje het liefst voor het slapen gaan op het nachtkastje naast me zetten. Zodat ze -het is een zij- dicht bij me is en ik weet dat ik naar huis kan wanneer ik wil. Dat ik weg kan.

Weg kunnen is nu eenmaal een thema in mijn leven. Een illusie, want ik weet heus wel dat er geen ontsnappen aan is. Niet aan mezelf en niet aan dit leven en waar het uiteindelijk onvermijdelijk toe leidt. Toch houdt de illusie van weg kunnen wanneer ik wil me gaande en stelt ze mij, in de vorm van mijn dierbare autootje, in staat nog eens ergens te komen.

Verder lezen