“Misschien moeten we ermee stoppen.”
“Drie maanden is ook wel zo’n beetje de uiterste houdbaarheidsdatum van dit soort dingen.”
“Van vrijblijvende ‘we-zien-wel’-dingen bedoel je.”
“Ja.”
“Wat vind je er dan van, als we stoppen?”
“Prima.”
“Oké. Dat vind je prima?”
“Ja.”
…
“Maar dan ben ik toch nog nieuwsgierig hè. Wat vínd je eigenlijk van mij?”
“Ik vind je wel leuk.”
“Ik vind jou ook wel leuk. Maar ook… ráár.”
“Dat hoor ik vaker. Misschien ben ik raar, het interesseert me niet.”
“Maar als je me alleen maar ‘wel leuk’ vindt, hoe kunnen de afgelopen maanden dan zo bijzonder zijn geweest?”
“Je zegt net dat je mij ook ‘wel leuk’ vindt, dus waar gaat dit over? Ik vond het ook heel bijzonder. Maar meer niet. Ik heb toch meteen al gezegd dat ik niet verliefd op je ging worden.”
“Nou, ik ben ook niet verliefd op jou hoor.”
“Mooi zo.”
“Inderdaad.”
…
“Nou, dat was het dan. Het ga je goed.”
“Ja… hee… Gek om je niet meer te zien. Ik wil eigenlijk wel vrienden blijven.”
“Vrienden? Maar… ik weet niet hoor. Volgens mij is het voor mij in ieder geval beter om duidelijkheid te scheppen en elkaar een tijdje niet te zien.”
“Oké. Als jij dat wil. Ik ga je wel missen.”
“Hm.”
“Wat doe je vanavond?”
Ahum.
Nina, ik voel me een beetje beschreven hihi.
Tsja… Zo gaan de dingen inderdaad. En noe ist afgeloepen!
Welletjes!
Oja, dit ben ik.