Ben er sinds kort bijkans weer 24/7 mee bezig.
Om u een bescheiden idee te geven:
Des morgens in alle vroegte begint het al, wanneer om 6:38 uur het wekkertje gaat: ik leg de kleine tiran het zwijgen op, staar enkele minuten in het duister om vervolgens mijn vriendin liefdevol in haar zij te porren en doe haar definitief ontwaken door zachtjes ‘Ich will hier bei dir stehen, verachte mich doch nicht’ in haar oor te neuriën.
Ondanks deze intentieverklaring verlaat ik echter vrijwel direct daarop de sponde, en uiteraard veracht Vriendin mij wel degelijk.
Zij weet dan namelijk al lang en exact hoe laat het is, begraaft haar hoofd onder het kussen en doet een vermetele doch vergeefse poging om -al was het maar kort- de slaap nog te vatten.
Om weer bij haar in de gunst te komen zet ik vast koffie, pers voor ons beiden een citrusvrucht en niet lang daarna, als ik me sta te scheren en zij met onverholen chagrijn achter mij het badkamertje binnen komt stiefelen begroet ik haar met een deemoedig en berouwvol ‘Ich bins, ich sollte büssen, an Händen und an Füssen, gebunden in der Höll.’
(Maar als ik soms dacht dat ze daar om lachen kon, nou, dan heb ik het dus mooi mis)
Terwijl ze zich met koffie en jus richting ontbijttafel beweegt daver ik als een tornado door de kamer; pak m’n tas, strik m’n strop, geef vriendin ten afscheid een klapzoen alsook een liefkozende tik tegen d’r bil, en zing haar daarbij uitbundig toe: ‘Ach, konnte meine Liebe dir, mein Heil, dein Zittern und dein Zagen, vermindern oder helfen tragen; wie gerne blieb ich hier!’
(Maar -ha!- dat kan natuurlijk helemaal niet want dan mis ik m’n trein!)