Niet bang zijn

Vannacht was ik op bezoek bij mijn oma en haar vriendinnen. Ze zaten rond een vierkante tafel met ieder een glaasje citroenbrandewijn voor zich in een verder lege zaal. Kijk, daar had je Bep, de stugge baardharen net als vroeger prominent op haar kin, en daarnaast de zachte Toos, die mij als kind met haar kleine, toegknepen koppie altijd aan een molletje deed denken. Stien was er, en Janna. En natuurlijk Jo, de enige die iets tegen me zei. “Jij hebt nú al grijze haren”, lachte ze, wijzend naar mijn kruin. Zelf zag ze er fantastisch uit, de donkere, volle haardos zonder een spoortje grijs, de lippen bescheiden gestift en de diepbruine ogen twinkelend van levenslust. Ik wilde L. wakker maken om hem aan haar voor te stellen. “Dit is nu tante Jo, die Poes voor mij heeft gemaakt.” Maar hij werd niet wakker en ik zette mijn gesprek met Jo voort. Ik vertelde haar dat Poes nog steeds op het logeerbed in mijn ouderlijk huis vertoeft. Dat Poes -opgetrokken uit rode wol en wonderlijk geproportioneerd- eigenlijk nooit weg is geweest. De twinkelende ogen van Jo verdwenen uit mijn blikveld en ik zag kans de ruimte, waar alleen groene en grijze tinten voorkwamen, beter te bekijken. Toen pas viel het me op dat ik de vriendinnen van mijn oma weliswaar zag, maar mijn oma zelf niet. Er borrelde een vleugje angst in me op. Ik maakte aanstalten om weg te gaan en verwijderde me van de vierkante tafel met de citroentjes-met-suiker erop. En toen, ineens, voelde ik waar mijn oma zat.


“Ga je al weg?” vroeg ze zonder woorden. “Kom je nog even bij me zitten?” Zonder haar te zien, hurkte ik naast haar stoel. Ze legde haar arm op mijn schouder. Een ongekend gevoel van… thuiskomen stroomde door me heen. “Ik ben soms zo bang, oma”, zei ik zonder naar haar op te kijken. “Dat weet ik toch. Maar er is niets om bang voor te zijn, lieve Nina, onthoud je dat?”, liet ze me weten terwijl ik opgestaan was en door een lange gang terugliep. “Ik hou zoveel van je oma”, riep ik nog, net voordat alles verdween.

Was het omdat ik wakker werd met oma in mijn hoofd? Ik bekeek het toilet met opgetrokken neus. Wanneer had ik dat voor het laatst schoongemaakt? Voor ik het wist, stond ik, nog in mijn pyjama, een emmer sop te vullen en boende daarna grondig de wc. In één moeite door begon ik aan mijn woonkamer en zag nu ook helder in wat er moest gebeuren. Niks geen half werk met een klamvochtig doekje! Zo werkte ik door tot in de middag. Ik boende, schrobde, stofde, ruimde kasten uit en weer in en keek tevreden naar het resultaat. Oma, niet vies van een goed potje schoonmaken, zou trots op me zijn!
Pas toen ik onder de douche stond en dacht aan mijn nachtelijke ervaring, kwamen de tranen. Ik dacht aan een gesprek dat ik onlangs voerde met een goede vriend over geloof, hoop en liefde. Doch de meeste van deze is de liefde. Ja.

8 reacties op “Niet bang zijn”

  1. Oscar zegt:

    En zo is het maar net.

    I Korintiërs 13.

    Geen speld tussen te krijgen! :)

  2. mIKe zegt:

    Waarde Nina,

    Verplaatst U zich eens in mijn situatie, de lezer, nee, de mens die U wil begrijpen. Ik zie Uw oma, ik zie haar vriendinnen, maar ik zie niet wat U beweegt. Ik kan onmogelijk begrijpen wat de reden is dat U huilt onder die al dan niet schoongemaakte douche. Is het om L. die niet wakker wordt? Is het het leven? Is het de dood? Is het de vergankelijkheid? En dan nog, waarom huilt U dan? Is wat U schrijft wel voor mij bedoeld? En zo niet, waarom laat U het mij dan lezen?

    Begrijp mij goed, ik lever geen kritiek op wat U schrijft, ik vraag om uitleg, om de expliciete woorden die U impliciet bedoelt, opdat wat U schrijft niet verloren gaat in een simpel schouderophalen. U moet niet bang zijn om te zeggen wat U vreest.

    Met respectvolle groet,

  3. Nina zegt:

    @Mike: van mij mag u uw schouders ophalen, dat doe ik ook wel eens nadat ik van u een stukje heb gelezen waarvan datgene wat er staat en niet staat me minder aanspreekt. Het feit dat u met deze reactie komt, geeft mijns inziens aan dat er toch iets meer is losgemaakt dan alleen uw schouders. U schrijft dat u on-mó-ge-lijk begrijpt wat mij tot tranen toe beweegt terwijl u daarna met een aantal mogelijke beweegredenen komt. Dat is u echter niet genoeg. U wilt antwoorden, verklaringen, u wilt dat ik een ervaring expliciet maak en onder woorden breng. Maar ik voel er niets voor om een ervaring (in dit geval een lucide droom die krachtig doorwerkt) te analyseren, expliciteren en onder woorden te bedekken zodat de ervaring zelf niet meer kan spreken. Ik vind het al heel wat dat ik er blijkbaar in slaag dat u de vriendinnen van mijn oma en mijn oma ziet (die laatste zag ik namelijk zelf niet eens). Als het mij niet gelukt is om u de rest te laten begrijpen, dan vind ik dat jammer maar niet onoverkomelijk. Ik schrijf niet voor u, ik láát u ook niets lezen, dat doet u toch echt zelf. Ik schrijf niet om te laten zien wat een leuk en bijzonder leven ik toch heb, wat een intelligente gedachten en meningen, wat een scherpe en vileine pen… Ik schrijf niet om u of wie dan ook te overtuigen, ik schrijf niet voor een doelgroep die iets van mij verwacht. Ik schrijf omdat ik van schrijven houd, en ik schrijf op deze plek omdat het me dwingt tot een zekere secuurheid en discipline. Ik schrijf omdat het me een gevoel van ‘geluk(t)’ geeft als ik erin slaag iets wat voor mij wezenlijk is in taal uit te drukken. Soms lukt dat, soms ook niet. Voor de (verdwaalde) lezer is dan het devies: kop en schouders op, en door naar het volgende weblog.

  4. mIKe zegt:

    Duidelijk.

  5. jnnk zegt:

    Ik moet er bijna van huilen. Dat komt doordat juist vandaag de herinnering aan mijn oma weer even heel erg sterk was omdat ik het verhaal nog eens vertelde dat na de dood van mijn oma bleek dat ze dezelfde pincode had als ik.

    Ik zou ook mijn huis weer eens moeten poetsen.

  6. nina zegt:

    @jnnk: dank voor je reactie, die raakt me. Ook al schrijf ik niet op voorhand voor een publiek (zie mijn reactie op de reactie van mIKe), ik vind het mooi dat mijn oma-verhaal raakt aan jouw oma-verhaal.

    En wat betreft het poetsen: na de donkere januari-dagen die achter ons liggen, was het -voor mij in ieder geval- sowieso een louterende bezigheid! (En ‘t was ook wel weer eens nodig :))

  7. jnnk zegt:

    @nina: Januari is nog niet eens klaar! Ik hou niet zo van poetsen, weet je. Behalve als het te erg wordt - denk niet dat ik in een stronthuis woon, dat niet hoor, haha -, dan ga ik als een gek tekeer. Dat je begint met een randje en daarna het hele huis ineens schoon is, herken ik dus ook al.

  8. Sas zegt:

    Oh men, wat is het hier gezellig! Je zou d’r bijna bang van worden ;)

Reageer