Altijd weer máchtig interessant, om daags na het weekend te mogen vernemen met wat voor een uitzonderlijke avonturen m’n dierbare, mannelijke collega’s hun tweedaagse ‘leisure-time’ hebben zoet gebracht.
Sterker nog: ik kijk immer dusdanig reikhalzend uit naar hun sterke verhalen tijdens het eerste kopje maandagochtendkoffie dat ik dat hele weekend het liefst compleet zou overslaan!
Maar dat kan natuurlijk niet.
Waar zouden ze anders de tijd vandaan moeten halen om hun uitzonderlijke avonturen ook daadwerkelijk te kunnen beléven, niet waar?
Eergisteren was het gelukkig weer zo ver. Reeds bij binnenkomst in de personeelsruimte zag ik ze aan hun vaste tafeltje zitten, collega 1, 2 en 3; licht naar elkaar overhellend converseerden ze met gedempte stem, als beraamden ze een coup.
Maar ík wist natuurlijk wel beter!
Ik schonk snel m’n pleur in en schoof likkebaardend aan.
Ik boog m’n gelaat tussen hun koppen, wisselde enkele blikken van begroeting en herkenning, en leverde zo mijn subtiele bijdrage aan de warme vorm van verstandhouding die slechts tussen mannen onderling kan bestaan. Om vervolgens met geduld en gepast respect alert te zijn op het moment waarop ik mij vloeiend in hun discours zou kunnen mengen: