Niet slapend denk ik aan Deesje

Het was drie uur ’s nachts. Ik lag in bed, na op de vensterbank vijf sigaretten te hebben gerookt en een wildplasser te hebben verjaagd, en ik kon nog steeds niet in slaap komen. Of het nu de volle maan was, of mijn eigen gemoed, het maakte me ook niets uit: viel ik maar in slaap! Ik telde schapen, maar die haalden zoveel rare capriolen uit (ze maakten salto’s, eentje zat op een skippybal en een ander vloog over het hek in een ouderwets open vliegtuig met een leren vliegenierspet op waar z’n oren wapperend uitstaken) dat de slaap verder weg leek dan ooit. Ik telde terug van 100 naar 0 en nog een keer maar ook dat mocht niet baten. Ik besloot het in slaap willen vallen maar te laten varen. Oké, het was half vier en ik had nog geen oog dicht gedaan, maar het kon me niet meer schelen. In plaats van proberen te slapen, ging ik een kinderboek bedenken. Ja! Het zou over een klein meisje moeten gaan. Emma? Lena? Desie? Nee, te plat… Deesje. Ja, Deesje! Ik zag haar meteen voor me; zo zou ze heten. Deesje. Maar ze zou niet bedeesd zijn, integendeel! Haar ouders hadden haar eigenlijk Desirée genoemd maar zij waren kort na Deesjes geboorte omgekomen in een vliegtuigcrash. Deesje ging naar het enige familielid dat ze had: tante Tjilp. Tante Tjilp was wel gewend om met vogels om te gaan (haar hele huisje was in feite één grote vogelkooi) maar niet met kinderen, waardoor Deesje opgroeide tot een merkwaardig maar eigenzinnig meisje. Aan het uitwerken van alle avonturen die mijn Deesje zou beleven, kwam ik niet meer toe omdat ik in slaap viel. Maar niet nadat ik nog snel op een rondslingerende envelop ’Deesje!’ had gekrabbeld, omdat iedereen weet hoe het gaat met briljante ideeën die in de kleine uurtjes tot je komen. Meestal ben je ze de volgende dag weer vergeten. Zo niet, dan bezit het briljante idee beduidend minder glans in het kille ochtendlicht. Teleurgesteld verscheur je het papiertje waarop bijvoorbeeld staat ‘Vrouw ziet vanuit auto oude bekende op zebrapad lopen met witte sportschoenen aan die dood blijkt te zijn’. Had je maar eens een originele gedachte! Maar toen ik de volgende ochtend de envelop tegenkwam waarop ‘Deesje!’ stond, begon mijn hart sneller te kloppen. Snel schreef ik eronder: ‘+ Tante Tjilp. Heeft die misschien bijzondere gaven?’ Wat het is met Deesje, weet ik niet, maar het leek of ze echt bestond. Hoewel het schrijven van een kinderboek niet direct iets is wat ik ambieer, voelde ik dat ik in ieder geval een poging zou doen om Deesje en haar wereld tot leven te brengen. Gisterenavond ging ik ervoor zitten. Maar voor ik begon met het verder uitwerken (of eigenlijk: leren kennen) van Deesje, googelde ik -waarom weet ik eigenlijk niet- op de naam Deesje. De eerste hit benam me de adem: Deesje, een kinderboek van niemand minder dan Joke van Leeuwen. Ik weet niet wat ik sterker voelde: teleurstelling of een vreemd soort trots. Teleurstelling omdat Deesje dus inderdaad al bestaat (en nee, ik kende het boek écht niet) en ik mijn Deesje een andere naam moet geven terwijl dat eigenlijk niet kan omdat het Déésje is en trots omdat ik zomaar tijdens een slapeloze nacht een meisje bedacht dat min of meer al eerder door iemand anders werd bedacht. En als ik de samenvatting van het boek van Joke van Leeuwen lees en de tekening zie, is het ook echt Deesje. Vannacht heb ik dus weer de hele nacht wakker gelegen, op zoek naar een nieuwe naam voor mijn Deesje. De ingeving kwam niet maar ik heb toch goede hoop; er zijn immers zoveel kleine meisjes die graag in een verhaal willen…

6 reacties op “Niet slapend denk ik aan Deesje”

  1. Oscar zegt:

    Kijk, je kan het natuurlijk ook zo zien: die Joke van Leeuwen bespaart je een hoop werk.
    En wees bovendien blij dat je van het bestaan van Deesje kennis nam nog vóór je in de schrijfmachine klom en de vruchten van je noeste arbeid aan de één of andere uitgever aanbood. Je frustratie zou niet te overzien zijn wanneer je deze jongedame allerhande avonturen zou laten beleven om pas daarná tot de ontdekking te komen dat mw. Van L. je voor was geweest.

    Iets vergelijkbaars trof mij namelijk recentelijk:
    Het grootste deel van 2007 hield ik mij onledig met de optekening van de avonturen van een aan mijn geest ontsproten Spaanse edelman die het zich in zijn hoofd haalt een ridder te zijn, en die vervolgens samen met zijn eenvoudige, ezelrijdende buurman de wijde wereld intrekt om tijdens zijn omzwervingen ten strijde te trekken tegen molens die hij met zijn benevelde geest abusievelijk voor reuzen aanziet.

    Enfin.
    Dit, en nog veel meer.
    Maar wat denk je?!?! ‘Ik had dit romannetje bijkans rond toen ik er vanuit onverwachte hoek fijntjes op werd gewezen dat de één of andere oelewapper een dergelijk verhaaltje zo’n vierhonderd jaar geleden reeds op schrift heeft gesteld!!’
    Wees eerlijk: da’s toch om krankzínnig van te worden?!

    Maar goed. Je kent me. Zó snel laat ik mij niet uit het veld slaan.
    Ik ben namelijk inmiddels al weer een eind op scheut met mijn volgende roman. (Over de uiteindelijk titel ben ik nog niet helemaal uit, maar het zal iets worden als ‘Elysium ontsluierd’ of ‘Het Hiernamaals ontdekt’) en het zal handelen over een buitengewoon getalenteerde knaap - met twee vaders en een cellospelende moeder die in coma raakt- die de opdracht krijgt de Stenen Tafelen met de Tien Geboden terug te brengen naar de hemel omdat God teleurgesteld is geraakt in de mensheid.
    Of zoiets.

    Het klinkt allemaal wellicht een beetje onwaarschijnlijk en ik weet zélf eerlijk gezegd ook nog niet helemaal welke kant het precies op zal gaan, maar geloof me: ik weet zéker dat dit nieuwe geesteskind van mij de potentie in zich draagt een bestseller te worden! Nog vóór ik er de filmrechten van heb verkocht zul je me daarin gelijk geven!
    Heus!

  2. nina zegt:

    Inderdaad een wat onwaarschijnlijk verhaal maar toch zou je het ‘m kunnen flikken. Als mogelijke titel schoot me meteen ‘De ontdekking van de hemel’ te binnen, maar dat is wellicht toch iets te gewoontjes voor het epos dat je schetst… Je komt er nog wel op. Zelf heb ik vannacht weer een briljante ingeving gehad voor een kinderboek. Het gaat over een jongetje, Pluk, die met zijn rode kraanwagentje bij de Petteflat komt aangereden, waar hij het torenkamertje betrekt. Hoe het precies verder gaat, weet ik nog niet (we zullen zien wat vannacht me weer brengt) maar beelden van een kakkerlak die luistert naar de naam Zaza en een heen-en-weer wolf met gele zuidwester op doemen langzaam op uit de mist van mijn benevelde geest.

  3. Oscar zegt:

    ‘De ontdekking van de hemel’ lijkt me inderdaad wat te gewoontjes. Maar wat je zegt: ‘ik kom er nog wel op’.

    Wat jouw verdere oprispingen tot boekschrijverij betreft: ik wil niet ontkennen dat je hersenspinseltjes me sympathiek voorkomen, doch, het lijkt me tevens van vriendschap getuigen om je voor onvermijdelijke teleurstelling te behoeden.
    Wat ik zeggen wil: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.
    Want laten we even wél wezen. ‘Een jochie met een rood kraanwagentje, woonachtig in een torenkamertje en bevriend met een kakkerlak’; daar zit natuurlijk helemaal níemand op te wachten.

  4. Oscar zegt:

    (P.S. : en dan die naam: ‘Pluk’!
    You can do better…)

  5. Nina zegt:

    Oké, in het kader van onze vriendschap wil ik je dan ook nog wel wat constructieve feedback geven: dat verhaal over die gast te paard die met een ezel met daarop zijn amechtige buurman de wereld intrekt om tegen mólens te vechten… dat vind ik echt een beetje van Lotje getikt. Denk je nu echt dat zo’n bezopen verhaal de wereldliteratuur zal verrijken?!

  6. Oscar zegt:

    Ik wil ook niet beweren dat het een goed verhaal was; mijn point was enkel dat dat verhaal dus al bestónd.

    (Maar inderdaad: het is een niemendalletje gebleken want ik hoor er haast niemand over.
    Toch jammer voor die schrijver, dat ‘ie er zo roemloos mee ten onder is gegaan, want waren ze vierhonderdjaar geleden nou iets beter op de hoogte geweest van slimme marketingtechniekjes dan had het mijnsinziens nog best wat kunnen worden)

Reageer