Onredelijk
Het weekend kwam wat traag op gang, vanmorgen.
Ik zelf trouwens ook.
Kon iets van doen hebben met oververmoeidheid mijnerzijds. Of met een na-kater van donderdagavond (Tsjees wat was dat weer ouderwets lachen zeg, donderdagavond! En wat hádden we een dorst.)
Of gewoon door het sombere weer.
‘Luie schommelstoel, stapel boeken - pot thee -rol Mariakaakjes binnen handbereik, Mozart’s fagotconcert op de achtergrond’ leken mij ideale condities om het weekend plezierig kabbelend aan me voorbij te zien glijden.
Helaas dacht m’n vriendin daar anders over: ‘Wat zullen we vandaag eens gaan dóen?’
Ik veinsde enige hardhorendheid maar daar kwam ik helaas niet mee weg.
‘Hé Professor. Wat zullen we vandaag eens gaan dóe-hóen?!’
Ik legde m’n boek terzijde en plooide m’n gelaat in de piekerstand.
‘Nou’, begon ik, en liet een korte stilte vallen om de spanning wat op te voeren: ‘we zóuden vandaag natuurlijk kunnen gaan schaatsen op de Oude Gracht. Of een kerstboom kunnen kopen en optuigen. Of we nemen deel aan een Whalewatch voor de kust van Nieuw Zeeland. En mocht je daar geen zin in hebben dan kunnen we vanmiddag natuurlijk ook bij Maxima en Willem Alexander op de thee. Of we bezoeken een concert van Elvis Presley. Of de bioscoop, voor mijn part: Titanic deel III, of we trekken onze robuuste stappers aan en maken een stevige ruimtewande….’
M’n vriendin liet zich terugvallen in het pluche van de bank en rolde met haar ogen, onderwijl amechtig zuchtend. ’Laat maar. Aan jou heb ik ook niks!’
(Ja, eh… sorry hoor!, denk ik dan. Dan níet hoor. Even goeie vrienden maar vraag míj dan niks en bedenk zélf wat leuks.
‘Vróuwen….!’
Want echt: ‘Luie schommelstoel, stapel boeken - pot thee -rol Mariakaakjes binnen handbereik, Mozart’s fagotconcert op de achtergrond’ lijken mij nou eenmaal de ideale omstandigheden om het weekend plezierig kabbelend aan me voorbij te zien glijden)