Monologue Intérieur

(…)
‘..test..’
‘..test.., Test..’

(testingtestingonetwoonetwotestingtesting)

Hmm.
‘Test, Test, TEST!’

-’Zeg!’
-’Tes.., sorry zei je wat?’
-’Ja, of je even kan kappen met die ongein, of anders in ieder geval de goedheid op wil brengen mij te verklappen waar al die drukte in vredesnaam toe dient.’
-’Oh, ik ben eigenlijk alleen maar het één en ander ..’
-’..’aan het testen’, zeker? Dat zie ik, Einstein, maar waartóe.’
-’Nou gewoon, even controleren of alles het nog doet. ‘k was hier al een tijdje niet meer geweest. Vandaar.’

cursief           (test)     oke!
vet                 (test)    dito!
doorstreept  (test)     uit de kunst!

-Het líjkt allemaal in orde.

Nog even de ‘lees verder-functie’ checken:

Verder lezen

Waar de tijd blijft

Fysiek gesproken voel ik mij meestentijds lekker als kip.

Ik ben met u eens: het is een voorrecht om dat te kunnen stellen.

Welbeschouwd word ik eigenlijk nooit geplaagd door pijntjes, kwalen of lichamelijke ongemakken die een sappige Nozzel zouden rechtvaardigen.
Dat is wellicht wat saai voor u, maar mij zult u daar niet over horen klagen.

Ook psychisch gaat het me eigenlijk best wel voor de wind: zelfs de uitwassen van mijn immer gierende hypomanie springen doorgaans niet dusdanig in het oog dat ze aanleiding geven tot een smeuïg stukje te uwer vermaeck.
Bovendien ben ik er de man niet naar om te koketteren met mijn gebreken of tekortkomingen, dus u had daar sowieso naar kunnen fluiten.

Dat ik mijn medisch dossier niet te pas en te onpas in de openbaarheid mieter zou bij de onwetende lezer echter het beeld op kunnen roepen als zou ik een op alle fronten volstrekt uitgebalanceerde persoonlijkheid zijn: ‘fysiek een halfgod, mentaal een gigant’.

Hoewel dat inderdaad niet ver bezijden de waarheid is ben ik eenvoudigweg te bescheiden om bij dat beeld niet ook een kanttekening te plaatsen.
Ter nuancering wil ik u bij hoge uitzondering namelijk best verklappen: ‘ook ik ben behept met een raar soort tic’.

Verder lezen

Fijne gesprekken voor bij het wakker worden

“Dag, met Nina uit Nijmegen. Spreek ik met de Internetbestelshop?”
“Nee! Nee hoor.”
“Oh. Maar als ik zoek op internet kom ik via de Kamer van Koophandel
bij u uit.”
“Nee. Ja. Dat komt, die is verhuisd.”
“Oké. Maar toch raar dat uw gegevens dan helemaal overeenkomen met
die van de Internetbestelshop.”
“Nou, eerst zat ie hier hè. Maar nu is-t-ie verhuisd.”
“Heeft u dan misschien het telefoonnummer?”
“Nee.”
“Dan houdt het op.”
“Ik… gaat het over een bestelling die nog niet geleverd is?”
“Ja. Een maand geleden heb ik iets besteld en al drie keer gemaild
en per ongeluk twee keer betaald en ik hoor maar niets van ze.”
“Ach, ja, nou, toevallig… eh… weet ik dat hij deze week weer een grote
levering binnen krijgt. Dus uw bestelling zal er wel snel aankomen.”
“Dan wacht ik maar even af. Bedankt voor de heldere informatie meneer.”
“Graag gedaan mevrouw.”

Dialogen: een greep uit het leven

“Ik lees dat boek over Spanje van Sees. of Kees. Ik weet nooit hoe je het uitspreekt.”
“Aha, je bedoelt Cízzle! Cees is de shizzl.”
“Cizzel Nootebizzel.”

“Asteroïde B612, klinkt als iets uit Suske en Wiske.”
“Vroeger kwam ik daar met m’n ouders altijd langs.”
“Is die asteroïde daar ook ingeslagen? Is er een krater bij?”
“Weet ik niet meer. Het kan. Ik heb een slecht geheugen zoals je weet.”
“Asteroïde bee-zes-twaalf… spannend!”
“Dat bospad links, daar moeten we in.”

“Hoi. Is hier een asteroïde?”
“Pardon?”
“Een asteroïde?”
“Nee meneer, dit is een jeugdhonk.”
“Oh. Ik dacht dat hier een asteroïde was.”
“Nee, sorry. Wij heten ‘Asteroïde B612′. Dit is voor de kinderen om te spelen. Zoals u ziet.”
“Is hier in de buurt dan ergens anders een grote steen?”
“Niet dat wij weten, meneer.”
“Oké. Dan gaan we weer. Bedankt, ik was zeker in de war met de hunebedden.”
“…”

“Er moet nog één dialoog bij.”
“Tja, die zal dan toch over poep moeten gaan.”
“Ik doe liever iets met je schnitzels.”

Voorzichtig Vraagje

Dat ik tot op heden geen telefoontje heb ontvangen
  en ook geen briefje op m’n kokosmat trof
Geen burgemeester of commissaris van de Koningin aan de deur heb gehad
  en m’n naam in geen enkel krantenoverzicht te lezen viel:

Wil dat nou zeggen dat dat lintje ook dit jaar weer aan m’n neus voorbij is gegaan?

Ja, nou ja.
Dacht ik ook eigenlijk al…

Maar ergens blíjf je stiekem hopen hè?