Ladies and gentlemen: ‘Elvis has re-entered the building’

Lange tijd (and I’m almost ashamed that I’m not ashamed to admit it) koesterde ik de rotsvaste overtuiging dat ‘Elvis’ in dit leven het Hoogst Haalbare was.
En met ‘Elvis’ heb ik het uiteraard niet over Costello of mijn tamme Krokodil, maar over niemand minder dan ‘The King’.

‘Elvis Aaron Presley’, de arbeiderszoon uit Tupelo, Mississippi, die in de 42 jaar die hem in dit ondermaanse gegeven was het landschap der populaire muziek drastisch herschiep, de in de jaren ‘50 voorzichtig opkomende jeugdcultuur een stevige impuls gaf, en de begrippen ‘massahysterie’ en ‘afgoderij’ en passent van tot dan toe ongekende betekenis en inhoud voorzag.

Dat ik deze Blanke-Sterveling-Met-De-Zwarte-Stem ongegeneerd een godenstatus toekende had geen andere reden dan dat ik me domweg niet kon vóórstellen dat een vrouw ongevoelig kon zijn voor de ijskapsmeltende charmes van deze heupwiegende rasartiest, en nog minder kon ik mij inbeelden dat er manmensen rondliepen die niet heimelijk een exacte kopie van Elvis zouden willen zijn.

Verheerlijking van Elvis leek mij dientengevolge een goed verdedigbare raison d’etre, als het al niet zou mogen gelden als afdoend antwoord op de prangende vraag naar de Zin van ons bestaan.

Te mijner verdediging is voor deze op z’n zachtst gezegd ietwat buitenissige zienswijze wel een enigszins verzachtende omstandigheid aan te dragen: ik was namelijk niet ouder dan een jaar of acht, hooguit negen, toen hierboven beschreven overtuiging diep in mij postvatte.

Ik herinner me hoe ik op een (spreekwoordelijke) druilerige zondagnamiddag geknield en met een schuin hoofd de elpee-collectie van mijn ouders aan een nader onderzoek onderwierp om vrijwel aan het eind van een enorme rij Mozart, Beethoven, Bach, Locatelli, Dvorak, Schubert, Monteverdi, Smetena, Donizetti, Berlioz, Chopin, Verdi, Haydn, Händel, Mendelssohn, Bartók, Paganini, Mahler, Bruch, Vivaldi, Schumann en Glück op de verzamelplaat ‘Elvis, Golden Records’ (nummertje vier in een reeks van vele) te stuiten.

Reeds luttele seconden nadat m’n moeder op mijn verzoek de pick-upnaald in de eerste groef van het wapperend vinyl had geplaatst was ik compleet verkocht: ‘You’re the devil in disguise‘ schalde het door de kamer, gevolgd door ‘Hound Dog’, ‘Jailhouse Rock’, ‘Blue Suede Shoes’, ‘Heartbreak Hotel’, en nog veel meer prachtigs.

Terwijl de opzwepende, stoere en opwindende klanken bezit van mij namen wisselde ik een blik van verstandhouding met de tronie die met zijn licht opgetrokken rechterbovenlip vanaf de platenhoes hooghartig naar mij terugstaarde, en in die magische nanofractie van een tel werd mijn levensdoel in zijn volle omvang aan mij geopenbaard:
Ik liet mijn hoogdravende acteerambities varen, nam mentaal afstand van mijn aspiratie om als solo-cellist mijn geluk te beproeven en píekerde er niet langer over om de toekomstige minister-president van ons land te worden, want één ding wist ik plotsklaps zekerder dan alles wat ik ooit daarvóór zekerder had geweten dan iets anders.
‘Ik werd later ‘Elvis”.

-N.B.: Met het begrip camp was ik in die tijd nog in het geheel niet bekend, dus het valt te vrezen dat mijn bewondering voor ‘The King’ onversneden, puur en oprecht is geweest.-

Lang verhaal kort: ‘vanaf dat moment viel er met ondergetekende enkel nog in redelijkheid te converseren zolang het gespreksonderwerp op z’n minst een zijdelings verband hield met Graceland’s voormalig bewoner.’

Ik kwam al gauw kastruimte te kort om mijn gestaag groeiende stapel plakboeken te bergen.
Mijn kamer behing ik volledig met posters, sjaaltjes, buttons en andere Elvis-snuisterijen.
Het geld dat ik in de weekends verdiende door de auto’s van buurtbewoners te wassen werd tot de laatste cent omgezet in antiquariaten; altijd op zoek naar de meest originele biografieën en fotoboeken die Tupelo’s Godenzoon tot onderwerp hadden.
Met een vergrootglas brandde ik Elvis’ initialen in mijn hagelwitte gympen.
Wekelijks schreef ik de Hitkrant en de Popfoto aan met de steeds dwingender vraag wanneer ze nou eindelijk eens een uitgebreide special zouden wijden aan mijn idool, en vrijwel dagelijks frequenteerde ik de muziekafdeling van onze bibliotheek in een nimmer aflatende jacht op de meest obscure en vergeten plaatopnamen die ik thuis met engelengeduld op rammelende cassettebandjes overnam.

U kunt zich ongetwijfeld voorstellen hoe mijn fascinatie voor Elvis een onoverbrugbaar ravijn sloeg tussen mijn Madonna-Michael Jackson-Prince-minded klasgenootjes en mijzelf.
Sterker nog: zelfs mijn toenmalige leerkrachten waren van een generatie die ‘Elvis the Pelvis’ reeds achteloos in het Museum van Muzikale Antiquiteiten had bijgezet, dus aangaande mijn idolatrie vond ik ook bij hun nauwelijks herkenning.
Laat staan bijval.

Dit alles mocht echter allerminst bewerkstelligen dat ik mijn Elvis-aberatie afzwoer; ik meende namelijk een goudader te hebben ontdekt die ik voor geen prijs meer prijs geven zou.

Deze gloeiende koorts (of ‘Fever’, zoals Elvis het zo zwoel zeggen kon) duurde een jaar of drie. En toen was het over.
Mijn middelbareschooljaren braken aan en via enkele omwegen langs jazz, blues (!), Beatles (!) en Queen (!) richtte ik mijn vizier uiteindelijk uitsluitend nog op het zgn. Klassieke Repertoire: in menig opzicht ‘a sort of homecoming’. ‘Elvis’ was intussen verworden tot ’iets’ om eerst met gêne, daarna met ontkenning, en dan met nostalgie op terug te kijken. ‘Iets’ om uiteindelijk zelfs helemáál niet meer naar om te blikken.Alsof ie simpelweg nooit bestaan had, die weergaloze jeugdheld van mij.Lang broeide de herinnering aan Elvis zo in mij voort: als niets meer dan de na-gloei van een tenenkrommende jeugdzonde.
Tot Youtube ons onze paden onlangs wederom liet kruisen. Bij toeval. Ogenschijnlijk.

Het was deze Elvis-clip die ik bij willekeur aanklikte.
Ik was verbijsterd.
Omdat de performance van begin tot eind hartstikke fout is!!
‘Dat witte pak!’,
‘Die witte schoenen!’, ‘
‘Dat levensgrote ELVIS op de achtergrond!’,
‘dat geacteerd getormenteerde!’,
‘die patserige zilveren ring bij 1 minuut 19!’ (Dames: vertrouw noooooooit een man met een zilveren ring aan zijn pink!!),
‘1 min. 33: die raspende stem!’,
‘1 min. 51: die overslaande stem!’,
‘2 min. 01: die rollende ogen!’,
‘2 min 06: Elvis vergeet bijna dat in het draaiboek stond dat ie z’n ogen dicht moet doen!’, ‘2 min 24: Elvis perst al het zweet uit zijn poriën om maar zo overtuigend mogelijk over te komen!’,
‘2 min. 30: dat pathetisch gezwaai met die armen!’,
‘Finale: armen in potsierlijke zege-pose omhoog!’
En dan, met stem op standje donkerbruin: ‘Thank you, good night’.

(Tegen wie? Er is helemaal geen publiek!!)

Maar ook: ’vol bewondering’.
Alsof ik weer acht jaar oud was.
Want daar zag ik mijn jeugdheld aan het werk. Als vanouds en in volle glorie.
Op het moment van opname even oud als ik zelf inmiddels ben.
32, 33 jaar.
Die stoere, strakachterovergestileerde coupe waarin ik mijn eigen weerbarstige grove krullen ondanks manhaftig pogen nimmer heb weten te plooien.
Die meesterlijk arrogant opgetrokken bovenlip.
Die Dijk van een stem.
Dat dromerige- Losgezongen- Weergaloos- Grootsch!

En hoewel ik er stukken beter uitzie dan Elvis in zijn beste jaren kreeg ik onwillekeurig het gevoel naar een filmpje van mezelf te zitten kijken.

Zo vertrouwd als die man mij door de jaren heen ongemerkt is geworden.
Ergens vlak onder mijn huid heeft hij zich klaarblijkelijk wel degelijk weten te nestelen.

Tijd voor rehabilitatie.

Kost me geen enkele moeite.

Ondanks mijn voorliefde voor Mozart, Beethoven, Bach, Locatelli, Dvorak, Schubert, Monteverdi, Smetena, Donizetti, Berlioz, Chopin, Verdi, Haydn, Händel, Mendelssohn, Bartók, Paganini, Mahler, Bruch, Vivaldi, Schumann en Glück durf ik inmiddels namelijk zonder gêne en luidkeels te beweren:

‘Elvis is alive!’

…Hoop oprecht dat uw jeugdzonden net zo zoet zijn als de mijne…

Een reactie op “Ladies and gentlemen: ‘Elvis has re-entered the building’”

  1. mIKe zegt:

    Bijna drieëneenhalve maand heb ik mij in opperste frustratie het hoofd gebroken door ‘m tegen een muur te beuken, heer O. Ik wist het niet! Maar nu - eindelijk - weet ik waar die ‘P.’ voor staat. Dank U! Voor Uw openheid en mijn zielerust.

Reageer