Ladies and gentlemen: ‘Elvis has re-entered the building’

Lange tijd (and I’m almost ashamed that I’m not ashamed to admit it) koesterde ik de rotsvaste overtuiging dat ‘Elvis’ in dit leven het Hoogst Haalbare was.
En met ‘Elvis’ heb ik het uiteraard niet over Costello of mijn tamme Krokodil, maar over niemand minder dan ‘The King’.

‘Elvis Aaron Presley’, de arbeiderszoon uit Tupelo, Mississippi, die in de 42 jaar die hem in dit ondermaanse gegeven was het landschap der populaire muziek drastisch herschiep, de in de jaren ’50 voorzichtig opkomende jeugdcultuur een stevige impuls gaf, en de begrippen ‘massahysterie’ en ‘afgoderij’ en passent van tot dan toe ongekende betekenis en inhoud voorzag.

Dat ik deze Blanke-Sterveling-Met-De-Zwarte-Stem ongegeneerd een godenstatus toekende had geen andere reden dan dat ik me domweg niet kon vóórstellen dat een vrouw ongevoelig kon zijn voor de ijskapsmeltende charmes van deze heupwiegende rasartiest, en nog minder kon ik mij inbeelden dat er manmensen rondliepen die niet heimelijk een exacte kopie van Elvis zouden willen zijn.

Verheerlijking van Elvis leek mij dientengevolge een goed verdedigbare raison d’etre, als het al niet zou mogen gelden als afdoend antwoord op de prangende vraag naar de Zin van ons bestaan.
Verder lezen

Van stenen, schelpen en dingen die voorbij gaan

Het regende in Cadzand. De lucht was grijs, mijn hart zo loodzwaar dat het ergens onderaan de aarde bungelde. Op teevee zong Chris Cornell

In your house
I long to be
Room by room
Patiently
I’ll wait for you there
Like a stone
I’ll wait for you there
Alone

Het regende in Cadzand. Het strand was leeg, in mijn verlaten lichaam weerklonk Vasalis’ Rots, het enige gedicht dat ik uit mijn hoofd kende

Verdriet kit al mijn krachten samen
Zodat ik roerloos word als steen
Mijn hele wezen wordt materie
Een ondoordringbaar, star mysterie
O sla de rots, opdat ik ween

Het regende nog steeds toen ik Cadzand verliet. Ik had mezelf, na het zien van Zoeken naar Eileen, beloofd nooit in mijn eentje achter het stuur te roken. Maar het regende. Ik was de weg kwijt. Mijn hand trilde toen ik een sigaret opstak. Ik rukte aan het stuur om de auto recht te houden en miste op een haar na de caravan die voor me over de natte snelweg slingerde. Misschien schrok ik, klopte mijn hart in mijn keel. Maar ik kan me alleen herinneren dat het me niet kon schelen.

Later liep ik door de regen in de stad, zonder richting en met als enige doel weg uit mijn kelder te zijn, met de zware stenen muren om me heen. Tussen al die mensen zag ik jou. In je belachelijke jas. We dronken koffie in een café en wisten niets te zeggen. Toch ging je met me mee naar mijn kelder. Wat verwachten we nog?

In Cadzand kocht ik een schelpenmobile. Tijdens de terugreis was hij in de knoop geraakt. “Waar wil je hem hebben?”, vroeg je. Ik wees naar een plek voor het raam. Je hing de mobile daar op, een grote parelmoeren knoop. Langzaam maakte je de eerste samengeklitte schelpen van elkaar los. “Kijk, zo doe je dat”, zei je en ging weg.

De weken daarna ging ik verder met het ontwarren van de schelpenmobile. Ik had niet gedacht dat ik het kon, maar ik bleek geduldig. In mijn stenen huis, met ‘mijn’ Bettie op de achtergrond.

You won’t have me worried
I can still take care of myself somehow

Untie the knot

Bruine kabouters

Ik eet doorgaans weinig kabouters, laat staan bruine. Toen ik bij thuiskomst m’n tanden in één zette, schoot even door me heen of het wel kan qua politiek correct enzo, een bruine kabouter eten, maar ik proefde het meteen al: bruine kabouters doen niets liever dan de aandacht en zorg waarmee ze bereid zijn doorgeven. Ze houden ervan! Het is hun levensdoel! Dat je ze opeet en dan je ogen een beetje dichtknijpt en met volle mond verzucht: mmm…

Ieder zijn talent

“Ze is er speciaal voor aangenomen.”
“Waarvoor?”
“Om van mensen af te komen. ”
“Wat?”
“Ja. Op die competentie is ze aangenomen; ze schijnt ontzettend goed mensen eruit te kunnen werken.”
“Echt?”
“Mensen die bij haar uit de gratie zijn, kunnen alvast hun boeltje pakken want die zijn hier binnen een paar maanden weg.”
“Jee.”
“Je kunt het ook aan haar zien, koud en doelgericht. Ze is hier voor de organisatie, niet voor de mensen.”
“Maar de mensen zíjn toch de organisatie?”
“Dat zou je denken. Ja, dat zou je denken.”
 

Het huwelijk, bron van eindeloze inspiratie

n de pauze van de tragikomedie Het Wijde Land van Arthur Schnitzler, opgevoerd door de Theatercompagnie:

Vrouw, handen krampachtig om een kopje thee gevouwen:
“Je vindt het niet leuk.”
Man, in bontgekleurde wollen trui en likkend aan een ijsje: “Nee.”
Vrouw: “Je vindt nooit iets leuk.”
Man: “Als jij het zegt.”
Vrouw: “Weet je wel hoe moeilijk dat is?”
Man, hapt nu hele stukken van zijn ijsje af: “Nou.”
Vrouw, met enige stemverheffing nu:
“Weet je wel hoe moeilijk dat is voor mij?”
Man: “…”
Vrouw: “Dat je nooit eens iets leuk vindt, nooit!”
Man, de laatste hap van zijn ijsje doorslikkend en langs de vrouw heenkijkend: “Doe even rustig.”
Vrouw smijt de lege kop thee op het tafeltje en beent weg. Man blijft rustig zitten, spelend met zijn houten ijsstokje en vriendelijk om zich heenkijkend.

Naast hen zat een ander echtpaar, in de categorie leraar aardrijkskunde en zijn vrouw. Hij: “Het was een volle tijd, het begin van de twintigste eeuw. En dan centraal Europa natuurlijk. Nou ja, centraal, midden. Oostenrijk enzo hè. Wenen. De tijd van Freud en Kafka. En o ja, Sjníetler, die was ook erg bekend.” Zij knikte hem onzeker en adorerend toe. Wat wéét ie toch altijd veel!

Meervoudige Persoonlijkheids Stoornis

Heerlijk geflaneerd in het Sonsbeekpark, gisteren.

Lente in de lucht, dus stelletjes alom.

‘duo duifjes op hun nest’,
‘paar paardjes in het veld”
‘koppel kraaien op het hek’,
‘span eekhoorns in de eik’,
‘tweetal reigers tussen ‘t riet’,

…en op de kiezels van het parkpad vriendin en ik…

Slechts op het water was het drukker:

Daar dreef statig en vol van parmant een prachtige zwaan. Gans in zijn eendje…

Van veraf leek het zo dichtbij (maar vooral zo ánders, allemaal)

Veel gewandeld, afgelopen week.
Ameland.
Zon.
Duin.
Nog meer zon.
En (hé ja!) daar wéér een duin.

Lekker rustig.
Meestentijds.
En vredig.
Wandelen op Ameland.

Toch:
Soms zag ik schuin/links/voor ons/ in de verte plots een leeuw!

‘Pas op!’
Schreeuwde ik dan naar vriendin.

‘Daar!
Schuin/links/voor ons/in de verte!
Een leeuw!’

Zij eerst nog schrikken.
Dan al gauw laatdunkend:

‘Nee man!’
Kan niet!
Een leeuw?
Dit is Ameland!
Idioot!’

(Terwijl ik toch écht dacht…)

Vandaag de foto’s gehaald.
Snelservice.
Hema.

Helaas.

Gelijk hád ze:
Was geen leeuw.
Bleek een neushoorn.

‘Leeuw’
‘Neushoorn’

Heel gek.

Ik haal die beesten altijd door elkaar…

Hoe prachtig het soms gewoon ís



De kapel was lang het einddoel van pelgrimages. Voor herstel van koortslijdende verwanten knoopt men ook nu nog gedragen lijfgoed in het houtgewas rondom de kapel. Heel bekend is de legende uit 727 van St. Walrick en het ontstaan van het koortsafbinden. Ook eindigt hier de St. Joristocht van Scouting-Nederland.


De ingemetselde steen onder het Mariabeeld is afkomstig uit de Mariagrot te Lourdes. In de rechterhoek staat een offerblok van de voormalige instelling De Algemeene Armen te Overasselt.

(Veel vragen oproepende tekst met prachtig woordgebruik -lijfgoed! houtgewas!- afkomstig van informatiebord dat bevestigd is op de St. Walrickkapel bij de koortsboom -de koortsboom!-, ergens in het bos woud.)

Was will das Weib?

Leunstoel in lekkerlui-stand te midden van ruimbemeten tuin, boek in schoot (Norman Mailer – ‘Het Evangelie volgens de Zoon’), flarden van Bach’s Mattheus Passion die via de wijdopenstaande deuren van ons duinhuis tot mij doordringen (‘Was mein Gott will das gescheh allzeit; Sein Will der ist der beste’), vloeibare versnapering binnen handbereik, een onvermoeibare voorjaarszon die het Da-sein van Gloed voorziet, en zie daar: ‘het decor waarbinnen vriendin en ik ons zo Goed en Kwaad als het gaat moeten behelpen om onze Waddenvakantie tot een legendarische te maken.’

Dat lukt ons lang niet slecht: mijn vriendin (gestoken in luchtig tenue; gezicht bijkans voor de helft verscholen achter een immense zonnebril) ligt languit op een badmat te doen alsof het reeds hoog-zomer is.
Mijn ogen verlaten slechts de bladzijden van mijn boek wanneer een koppel fazanten onbeschaamd onder mijn stoel doorjaagt of een stel dartele hazen mijn bijzettafeltje dreigt om te stoten.
Verder is er niets dat onze Heilige Rust verstoort.

Althans: bijna niets.
Verder lezen

Regen regen op je kop

De playlist van de Coöp om de hoek stelt me eens te meer voor raadsels. Wie zou er toch achter zitten?
Dit keer was het niet Frans Halsema die mij het hart sneller deed kloppen toen, tussen het grofvolkoren en de pandanrijst, de muziek tot mij doordrong. Ineens zag ik weer de gele Sony walkman voor me waarop ik, 16 jaar, dit liedje keer op keer luisterde, op schoolreis in Rome. Als enig kind en fervent anti-groepsmens voelde ik me doodongelukkig; ik was geen seconde alleen, ik kon niet doen wat ikzelf wilde… maar ’s avonds in het stapelbed op de grote slaapzaal kon ik, met mijn walkman op, tot rust komen in mijn eigen wereld. Play, rewind, play… er is tijd genoeg…

Verder lezen