Met rode wangen en opgetrokken knietjes ín je rozebloemennachtpon (zodat er een soort tent ontstond) op de bank voor de buis; toen dit zó opwindend was en spannend… en alles verder zo veilig… met je natte haartjes steil achterover gekamd, sabbelend aan een pennywafel.
Maandelijks archief: maart 2007
Even tussendoor
Een soort gerechtigheid is het, dat op Uitzending gemist te zien is dat het gisterenavond uitgezonden ’De Wouter Tapes’ tot nog toe door niemand is bekeken en dat inmiddels 174 mensen de prachtige documentaire Het gelijk van mijn tante, die later die avond werd uitgezonden, hebben gezien. Je zou beide programma’s ’egodocumenten’ kunnen noemen, maar verder houdt elke vergelijking op.
Bij De Wouter Tapes at ik yoghurt, masseerde mijn kromme tenen, las wat en checkte m’n e-mail terwijl mijn gezelschap uit puur ongeloof en oprechte verbazing kreten als ‘mijn God!’ door de kamer slingerde…
Van het portret van de psychotische Els heb ik geen seconde gemist en elke seconde keek ik even ademloos; ik lachte, vloekte, zuchtte, veerde op en viel weer terug, ik huilde…
Wat mooi. Wat hartverscheurend.
Els.
Noemt u dan toch een naam!
Laatst waren we bij Gerrit Komrij. “Zijn er ook schrijvers die u waardéért?”, vroeg iemand op de eerste rij (er waren er maar drie en dan nog niet geheel gevuld, zit dan écht iedereen op maandagavond naar Grey’s anatomy te kijken?). De schrijver, verzamelaar, polemist, dichter, bloemlezer etc. antwoordde. Hij noemde daarbij geen namen. Maar hij antwoordde en wat hij zei was zinnig.
Op de derde en tevens laatste rij zat een vrouw van middelbare leeftijd, het tasje op schoot, kaarsrecht op haar stoel. Ze veerde iets omhoog en riep (niet heel hard want dat was niet nodig): “Maar u heeft geen namen genoemd. U praat er gewoon omheen! Welke schrijvers vindt u dan goed?” Komrij gaf als antwoord dat hij toch een antwoord had gegeven… “Maar noemt u dan toch namen!” “Nee, dat doe ik niet”, zei Komrij. “Maar u móet antwoord geven”, schreeuwde de vrouw nu bijna. Een paar seconden later zeeg ze uitgeput ineen op haar stoel. Zelfs het woord ‘namen’ werd niet meer genoemd.
Pantoffelheld sinds zes weken
Vorige week was ik op een plek waarvan ik niet wist dat ie überhaupt bestond. Eerst moest ik een formulier invullen, er renden wat mannen van middelbare leeftijd heen en weer en er was een koffiekuil. Met mijn jas nog aan zat ik daar, ongemakkelijk met slechts een glaasje water in mijn bevende hand. “Doe je jas maar uit hoor”, zei mijn gezelschap sussend -bekend als hij was met het fenomeen. Licht in paniek keek ik hem met grote ogen aan en fluisterde hees: “Ik wil liever weg. We hoeven toch niet te blijven?” Ik stond al op maar met zachte hand duwde hij me terug in mijn stoel. “Het is beter voor je. Heus!” Terwijl ik nog ‘rustig’ in een zakje zat te blazen, kwam een kwieke, kortgekapte vrouw met een klembord in haar handen aan de rand van de koffiekuil staan. “Nina van Zoomeren?”
Boven de 30 zijn ze te oud, zei de bouwvakker
Sinds ik vorige week de documentaire van Sunny Bergman zag, loop ik heel ontspannen langs bouwsteigers.
Als er niet meer naar mij wordt gefloten, ligt dat niet aan mij (32). Het is gewoon de wet! Immers: “Ik fluit alleen naar vrouwen tussen de 18 en de 30, daarboven zijn ze te oud”, zei de bouwvakker. Met droge ogen, zijn broek nog eens ophijsend.
(Maar de redactrices van Jackie waren pas écht erg. Op de vraag of de semi-artificiële beelden van fotomodellen -geen enkel vrouwbeeld dat je in de media tegenkomt is níet gemanipuleerd- die zij in hun blad plaatsen vrouwen niet onnodig onzeker maken, was het ijskoude antwoord: “Als dat zo is, zijn die vrouwen of heel dom of sowieso heel erg onzeker.” Een huivering trok door de zaal.)
Miezerige schijtwereld (noteerde zij in de kopregel)
Buiten dit log om communiceren Oscar en ik ook met elkaar. Dat gaat volkomen langs u heen en dat is maar beter ook, zo blijkt uit onderstaande Mail Aan Mijn Beste Vriend:
‘En ja. Verdomme: alles muss man selber machen! Soms is dat klote maar soms ook leuk. Het is het einde van de dag, ik ben een beetje gaar zoals je leest. Hoe is het in ***? Bevalt je eigen kantoor? Ik heb al een kaartje gekregen en 1000 mailtjes ontvangen van die ene nieuwe hardnekkige man. Blijkt ie ook weer de PR voor *** te doen. ’t Is toch een kleine kleine wereld. (Ik wilde schrijven ‘kleine kleine miezerige schijtwereld’ maar ik zou niet weten waarom. En toch wilde ik het schrijven! Misschien tijd om naar huis te gaan en wat te eten.) Heb je nog naar de B&B-link gekeken of een ander oord gevonden? Dit keer liever geen obsessief-compulsief bougieknagende marters of Drentse daklopende delinquenten. En Barendje en dat Hongaartje ben ik trouwens ook spuugzat.
Fijne avond lieverd!’
Wer ist die Maja? Bin ich die Maja?
‘Alles muss man selber machen’ – Maja de Bij
Collectieve zorg
Heel gek, maar iedereen die ik er over spreek lijkt zich stiekem een beetje zorgen te maken om haar. Oprechte zorgen nog wel.
Om Britney, bedoel ik.
Eigenlijk niemand die ik hoor zeggen ‘net goed, voor die over het paard getilde domme koe’, of ‘dat krijg je er nou van, als je ouders je vanaf je derde met je kop op t.v laten verschijnen’, of ‘avond aan avond slempen met Paris Hilton is ook wel een beetje vrágen om moeilijkheden’.
Of iets anders akeligs.
Valreeppirouette
Tot u spreekt een kunstminnend mens.
Even los van het feit dat het op een zweem van ijdelheid duidt, alsook op een al dan niet terecht vooronderstelde mate van beschaving om jezelf als zodanig te durven afficheren geloof ik oprecht dat hierboven gedebiteerd etiket op ondergetekende wel degelijk van toepassing is.
We zouden vanaf hier uiteraard eindeloos kunnen redekavelen over dát wat kunst kunst of zelfs Kunst maakt, en ook zouden we ons ongetwijfeld kunnen verliezen in oeverloze kout betreffende nut en noodzaak van deze nobele tijdspassering maar hé: ‘dat lijkt míj dan weer wat ijdel -in de bijbelse betekenis des woords- daar wij hier onder niemand minder dan onszelf zijn en ik dientengevolge zomaar durf te veronderstellen dat onze neuzen dienaangaande tóch wel een min of meer identieke richting wijzen.’
Leven zonder aanhalingstekentjes
02/07/1949 – 08/09/1981
25/12/1974 – 03/03/2007
Ogenschijnlijk zomaar wat data.
Toch: data van betekenis.
Enkele door de gebeurtenissen die er aan kleven.
Andere van waarde door de betekenis die ik er zelf aan gaf.
Nu is het onvoorstelbaar haast, hoe de dag van gisteren jarenlang een obstakel was waar overheen ik niet kon zien. Waar overheen ik bijna niet dúrfde zien.
Een dikke, zwarte balk lag daar, die een onnavoelbaar lange tijd vol kramp en vrees als een niet te nemen hindernis mijn pad van Leven blokkeerde.
Hoewel de barrière met het etmaal naderbij kwam leek het in al mijn tijd van voorheen ongepast, haast onbeschaamd, om een voorschot te nemen op de dag van vandaag.
Maar ze is aangebroken.
En nu, vandaag, ben ik in staat mijzelf te zien noteren wat hier in zoveel onbeholpenheid geschreven staat.
Goddank!
04/03/2007
Zomaar een datum.
Een ander om het even. Mij om het Leven.
Het kan haast niet anders of vanaf heden moet het ook mij mogelijk zijn met toenemend vertrouwen en een gerust hart te jubelen:
Het-Kan-Nog-Alle-Kanten-Op!
Over de vloer
Het duurde even maar toen, als donderslag bij heldere hemel, herkende ik zijn stem. Meneer Kraaienpoot van De Gids!
“Ik maak graag een telefonische afspraak met u. De tijd begint alweer te dringen, een nieuwe Gids is in de maak. Wanneer schikt het u?”, bracht meneer Kraaienpoot mij meteen in verwarring. “Een telefonische afspraak? Bedoelt u dat u een afspraak met mij wilt maken om te bell…” Hij liet een hortend, stotend lachje horen voordat hij zijn verbale voet tussen de deur zette: “Nee. Nee, dat ziet u verkeerd. We maken over de telefoon een afspraak en dan kom ik bij u langs.”
Razendsnel overdacht ik de consequenties van zijn voorstel en besloot daadkrachtig op te treden. “Dat is niet nodig, echt niet. U plaatst gewoon de advertentie van vorig jaar door. Geen enkel probleem, meneer Kraaienpoot.”
Er viel een stilte.
“U hoeft echt niet hier langs te komen. Nergens voor nodig meneer Kraaienpoot. We kunnen dit gewoon nu, telefonisch, afhandelen.”
De stilte duurde.
“U stuurt mij even een fax met de advertentie van vorig jaar en dan kijk ik of er wijzigingen zijn. Zo ja, dan geef ik die aan en fax ik de advertentie weer aan u terug.”
Het bleef stil.
“Bent u daar nog?”
Er klonk wat gereutel. En toen, toen sprak meneer Kraaienpoot – hij had gestreden en verloren en hij wist het: “Maar weet u? Ik vind het zo leuk… ja, ik vind het zo leuk om bij u over de vloer te komen.”