Welkom terug

Een soort geluk is dit, op een grijze woensdag thuis achter de computer, schrijven, met op de achtergrond Chet Baker of Jim Croce.

Het besef dat de verbrande schepen achter me liggen, en dat ik nog steeds Deel Uitmaak Van. Dat niet al het oude en -destijds zo verfoeide- vertrouwde waardeloos is.

Ik maak niet langer louter deel uit van de onverschillige kosmos waar ik euforisch danwel zum Tode betrübt doorheen stuiter, van betekenis naar desintegratie en weer terug, maar ook heel gewoon van mijn eigen leven. Vrienden van vroeger, aandacht en concentratie, gedachteloze uren, oude klanken en gebaren, en Rust, Rust, Rust: fijn dat jullie er weer zijn.

Over de onvermoed zoete vruchten van een virtuele bijenkorf

Ik heb er eerlijk gezegd nooit iets van moeten hebben, van dat hele Hyves-gedoe. U weet wel: ‘Hyves’, die World Wide Web profielensite die zich richt op het onderhouden en uitbouwen van zogenaamde ‘vrienden’netwerken. Van meet af aan kon ik me té levendig voorstellen aan welk tenenkrommend exhibitionisme en oeverloos geprietneuzel deze virtuele ontmoetingsplek ruimte zou bieden om mezelf er moeiteloos van te kunnen weerhouden mijn eigen profiel aan dit grenzenloze vriendenparadijs toe te voegen. Bovendien: het kost me doorgaans al genoeg tijd en moeite om mijn eigen 5 vrienden de aandacht te geven die ze verdienen, dus van de tientallen vage kennissen van ‘vrienden’ van vrienden hield ik mijn overzichtelijk adresboekje liever volgaarne verschoond, thank you very much.

Nee, één ding wist ik in oktober 2004 bij de lancering van Hyves al hartgrondig zeker: ‘deze zoveelste internethype zou op mijn persoontje net zoveel vat krijgen als een regendruppel op een waxjas.’
In gedachten wenste ik de ambitieuze internetentrepreneur slash initiatiefnemer Raymond Spanjar evenwel alle voorspoed bij de opvoeding van zijn geesteskindje, en ging vervolgens onverstoord over tot mijn orde van de dag. Een orde waarin voor Hyves nimmer plaats zou zijn.

Echter: zoals u ook wel weet kan het nogal verkeren.
Op een feestje in het voorjaar van 2005 ontmoette ik namelijk een sprankelende jongedame in wie ik de vrouw van mijn leven meende te herkennen, en die, zo kwam al gauw ter sprake, tamelijk hevig ‘into Hyves’ bleek te zijn.
Volgens deze Oogverblindende Engel schoten zelfs de meest lyrische bewoordingen tekort, wilden wij de talrijke zegeningen die met de komst van Hyves over het mensdom waren uitgestort op adequate wijze verklanken.
Om kort te gaan: ‘’Hyves’: dat was het hélemaal en ze zou geen dag meer zonder willen!’

Verder lezen