For he’s a jolly good fellow…

Ik herinner me de ongekende sensatie die me beving als betreft het de dag van gisteren: het was tijdens één van mijn bezoeken aan Rome, november 2002.
De duisternis was al ingevallen toen ik tegen een uurtje of zeven het vrijwel uitgestorven Piazza del Popolo schuin overstak met geen andere behoefte dan om in het aangrenzende kerkje wat te schuilen voor het gemeen gure herfstweer.

Op een bejaard dametje dat een kaarsje brandde na, trof ik de ‘Santa Maria del Popolo’ stervelingsloos. De sfeer die er hing was, op z’n zachtst gezegd, ‘surrealistisch’. Dit was deels toe te schrijven aan de oprukkende schemering en de slagregen die het broze glas-in-lood geselde, maar meer nog aan een enorm Piranesi-achtig bouwwerk van houten en metalen steigers en staketsels dat vanaf het altaar tot hoog in de gewelfde apsis reikte. Het altaar zelf lag bezaaid met aangebroken zakken cement, rondslingerend gereedschap en een omgevallen werkbank.
Het zou nog geruime tijd duren voordat op deze plek weer in een sfeer van heiligheid de Eucharistie gevierd zou kunnen worden. Zoveel was duidelijk.

Verder lezen

Een kunsthand is gauw gevuld

Ik kan er niets aan doen maar soms stemt ook Goed Nieuws mij een heel klein beetje treurig. Ja, zelfs wat bitter.
Het is niet fraai van me, dat weet ik heus wel, maar het cynisme is me dan gewoon nèt even dat kleine tikkie te snel af.
Neem vorige week. Jubelbericht in de NRC: ‘De exposities in het kader van het Rembrandtjaar hebben in de eerste acht maanden van 2006 al 1,5 miljoen bezoekers getrokken.’
Voorzitter J.M. Hessels van de stichting Rembrandt 400 spreekt van „het succesvolste culturele evenement dat ooit in Nederland heeft plaats gevonden.”‘

Nou! Wanneer ik zulk een heuglijke tijding onder ogen krijg: ‘Kippenvel!‘ Niets minder dan dat en werkelijk waar!
Ik laat het avondblad in mijn schoot zakken, leun voldaan achterover in m’n schommelstoel als was ik hoogstpersoonlijk voor zoveel succes verantwoordelijk en tracht de euforie die mij overdondert een plaats te geven terwijl ik voorzichtig aan mijn kruidenthee nip.

Verder lezen

Sentimental Ol’ me

Voor zover ik kon nagaan was ik nog nooit in Flevoland geweest.
Opmerkelijk hè?
Vond ik zelf ook.
‘t moest er dus maar ‘s van komen, vond ook mijn vriendin.

Afgelopen week. Het weer liet het toe. We waren jong en vrij en reckless en born to be wild. Dus, waarom niet?
Daarbij: in het laatste nummer van ‘Grasduinen’ werd gewag gemaakt van een boeiende fietstocht rond de Oostvaardersplassen. Ik besloot deze tip op te vatten als een Vingerwijzing God’s.

Wij naar de Oostvaardersplassen.

Fietsen gehuurd bij fietsenmaker Wienholds naast NS-station Almere-Buiten.

‘Almere-Buiten’.
Dat alleen al.

Heftig.

Na een twee uur durende dwaaltocht door multiple Vinex-wijken in aanbouw doemde het onvolprezen natuurgebied dat ons door de redactie van GD in het vooruitzicht was gesteld voor ons op. En met een beetje mazzel zouden we aanstonds ook nog oog in oog komen te staan met ‘The Big Five’ van het gebied dat relatief zo kort geleden nog bekend stond als de Zuiderzee, zo was ons beloofd: ‘Ree, Edelhert, Konik (wild paard), Heckrunderen (soort Buffels maar dan anders) en de Zeearend.’

No shit.

Verder lezen

Onbeschreven blad

Gisterenavond op het toilet, nog bijkomend van een woest jazzconcert mét kerkorgel (en van de vraag: “Is dat een klarinet?” terwijl we tussen de kerkbanken door recht in de muil van een koperen blaasinstrument staarden), bladerde ik door de literaire scheurkalender. Ik zocht de verjaardag van Gerard Reve, ergens eind november dacht ik, maar hij bleek op het blaadje van 14 december te prijken, samen met Boudewijn Büch.

Nog niet van plan de heerlijke rust op te geven, bladerde ik doelloos verder en stuitte daarbij op een verbazingwekkend gat in de markt: geen enkel Nederlands schrijver blijkt volgens de literaire scheurkalender zijn verjaardag te vieren (of te hebben gevierd) op Eerste Kerstdag!

Waar 24 december overvol is met zeven schrijvers/dichters, onder wie Henriëtte Roland Holst en H.C. ten Berge en ook Tweede Kerstdag toch op een aardig aantal van drie weet te komen, ligt 25 december er nog maagdelijk bij…

Wie o wie?

Panta Rhei

‘Alles stroomt’, zo constateerde Heraclitus al weer enige tijd terug. ‘Niets duurt voort, behalve verandering’, wilde hij maar zeggen.

Een kleine eeuw later gaf Plato er blijk van het in deze met zijn illustere voorganger eens te zijn getuige zijn uitspraak ‘Niets is ooit, alles wordt’.

Dat Plato’s (overigens briljante) leerling Aristoteles weer enige seizoenen daarna in een vlaag van luciditeit liet optekenen ‘Niets is standvastig’, mag op de keper beschouwd dan ook niet bepaald te boek staan als een proeve van inzicht en vakmanschap die qua originaliteit de filosofie-minnende goegemeente op haar grondvesten heeft doen daveren.

Enfin, het leven mag zich dan klaarblijkelijk slechts bestendigen door de nimmer onderbroken verandering; ik zie eerlijk gezegd geen enkele grond om me daarom ook maar met deze gang van zaken te verzoenen. Niet dat ik bij mezelf de aandrang bespeur om me er -in navolging van de man van la Mancha- met inzet van gansch mijn wezen en mijns ondanks tegen te verzetten, begrijp me goed, maar ‘verzoenen’? Nou nee.

Verder lezen

Confrontaties

“Het is een gekkenhuis hier!”, riep ik laatst op mijn werk.

Maar dat het voor mij ook nog, in tweeërlei opzicht, niets minder dan het hol van de leeuw is, drong deze week pas écht tot me door.

‘Eek!’, dacht ik even.*

Maar daarna was ik ook wel trots. Op mij. Ik doe het toch maar!

* Ik las het afgelopen weekend, natuurlijk in een ouderlijk huis alhoewel het niet het mijne was, drie Suskes en Wiskes, vandaar.

En toen en toen

Die 15 dagen vakantie, die zijn dus alweer een paar dagen voorbij. Een (werk)dag voelt nu gewoon weer als één dag, in plaats van als een week. Eigenlijk ben ik dus 15 weken vrij geweest, maar dat kan ik -eerlijk is eerlijk- niet bewijzen. Wat enigszins in mineur begon, ontpopte zich als een… hoe zal ik het zeggen… Mooie Tijd. Alles klopte, het was niet louter loze ontspanning, er gebeurde de hele tijd wat. Het deed me voelen, ervaren, zette me aan het denken, maakte me aan het lachen. Enzovoorts. (Zoals dat we in Parijs via de prachtige Rue Caulaincourt naar het Cimetiere Montmartre liepen en daar het graf van Heinrich Heine aantroffen -wiens Ich weiss nicht was soll es bedeuten dass ich so traurig bin te pas en vooral te onpas (des te vrolijker het gemoed, des te heerlijker om deze regel breeduit te declameren) nog wel eens wil opborrelen; een week later zagen we in Groningen een schuit voorbij varen die ‘Heine’ heette.)

Op de lagere school zat ik altijd als eerste met m’n vinger omhoog als de juf vroeg: “Wie wil er vertellen over wat je in het weekend hebt gedaan?” Voordat iemand überhaupt adem had kunnen halen, stak ik van wal:

Verder lezen