- zit je, nog half slaperig, je ochtendplasje te lozen, worden je zoete dromen wreed verstoord door je buurvrouw, die knallende scheten laat en daarna -tot overmaat van wat je aankan van de menselijkheid van een wildvreemde- diep zucht van opluchting
- wat later knabbel je voor de tent aan een pain au chocolat, de oploskoffie in de plastic beker smaakt goed zo in de vroege buitenlucht, maar wat hóór je toch? Tak, tik… Een groene specht? Een vaal stormvogeltje? Of wellicht de zeldzame haakbek – we verkeren immers In De Natuur? Maar nee. Het is de buurman die zijn verkalkte teennagels aan het knippen is
- al het goede werk van de Allerleukste Podotherapeut is na één buitengewoon ongemakkelijke nacht op een matje als sneeuw voor de zon verdwenen
- het wakker worden in een benauwde & bedauwde, reeds licht oververhitte tent -die Koperen Ploert hè- laat te wensen over
- douchen zonder ook maar één keer een blik te werpen op het overvolle (want Zwart Behaarde) doucheputje is nog een hele klus; vooral als je telkens tegen jezelf zegt ‘niet naar Het Doucheputje kijken, in Godsnaam, níet kijken!’
- dat je ‘s nachts altijd verstrikt raakt in je slaapzak
- dat iedereen naar elkaar zit te gluren
- dat je ‘hallo’ moet zeggen tegen mensen die je tegenkomt op de onverharde campingpaden, vaak zijn het dezelfde mensen, die dan weer met een Gezellig Afwasje dan weer met een Grote Grauwe WC-rol naar het toiletgebouw sloffen (dit alles op Badslippers)
- enzovoorts
Maandelijks archief: juli 2006
Waarom kamperen leuk is
- je bent de hele dag buiten
- ‘s avonds zie je de sterren
- het biedt mooi uitzicht op de mens en zijn tekort danwel teveel
‘Un passe qui ne passe pas’ of ‘Veel ouwe koeien op een half-schoon schip’ (II)
(om tenminste ènig idee te krijgen van hetgeen aan onderstaande waanzin vooraf ging klikt u hier Als u durft..)
De spanning was tot het uiterste geladen, zoals we daar met stilzwijgende onverzettelijkheid in die uitgestorven hotel lobby tegenover elkaar stonden. Om elkaar heen draaiend als twee uitgehongerde roofdieren die, alvorens ze elkaar bruut te lijf gaan, nog heel even hun eigen kansen op overleving inschatten.
Ik stond juist op het punt aan die spanning te bezwijken toen ik aan de andere kant van de ring een voorzichtige inleiding tot dooi meende te bespeuren. En dus vermande ik me nog even, met het laatste beetje kracht dat ik nog bezat.
Het moment van de waarheid was aangebroken zo wist ik uit ervaring want we kenden elkaar langer dan vandaag: ‘ons gezellige weekendje uit werd hier en nu gemaakt of gebroken’.
Mijn vriendin vernauwde haar ogen wederom tot streepjes. De stadsgids van Parijs, die ze al die tijd als een schild tussen ons ingehouden had, liet ze langzaam zakken tot deze uiteindelijk in haar nu vrijwel krachteloze handje langs haar lichaam bungelde. Ze zuchtte eens diep en kijk: daar had je haar veelbetekenende hoofdknikjes al weer. Ik begon weer wat makkelijker te ademen want als ze zó doet is het einde van onze impasse meestal nabij.
Dat bleek een correcte inschatting.
-’Juist. LIEVE O.’, sprak ze vernietigend. ‘Juist. Ik stel voor dat we jou VANDAAG eerst eens even met wat hoogtepunten van Parijs kennis laten maken. Dan slenteren we nog wat langs de Seine om vanavond in het Quartier Latin GEZELLIG wat te gaan eten. SAMEN bedoel ik, dus dat vereist ook enige inzet van jouw kant, zoals je wellicht wel begrijpt. En dan zullen we MORGEN, als het niet te warm is tenminste, wat aandacht besteden aan die Richard Dreyfus van jou. D’accord?’
-’ALFRED’, corrigeerde ik. ‘Het is Àlfred Dreyf…’
_’Zei je wat O.?, sneerde m’n vriendin poeslief. ‘Heel gek maar ik meende héél even dat je nu al wéér wat te zeuren had! Nou kan ik me dat nauwelijks voorstellen dus ik zal me wel vergist hebben. Toch? O.?’
Koud als ijs, die vrouw. Niet voor niets noem ik haar soms ‘Alaska’.
Het leek me wijs er voor het moment het zwijgen toe te doen.
Loeidoos
“Hoe zal ik het noemen?”, peinsde het meisje achter de kassa. “Voor op de bon?” Ze keek me verwachtingsvol aan. “Koeiendoosje?”, opperde ik. Het bleef stil aan de andere kant van de toonbank. “Loeidoosje dan”, probeerde ik nog eens, ondertussen hopende dat het snel zou gaan onweren want dit was niet te doen. “Ja, loeidoos, dat is een goeie”, veerde ze op en begon te schrijven.
Het is een rond doosje met Zwitserse Alpenkoeien erop en als je het op en neer beweegt, komt er een vreselijk geluid uit.
De loeidoos kwam me bekend voor en later wist ik het opeens: hij lijkt op zo’n doosje Zwisterse gemalen kaas! Die mijn opa (laatst zag ik dat Nozzle tóch in zijn favorietenlijstje staat) altijd op zijn boterham strooide, terwijl ik (7) naast hem een witte boterham met veel boter en chocoladevlokken -klaargemaakt door mijn oma- zat te eten.
En dat stónk*! Dat stonk, die Zwitsere strooikaas tijdens het ontbijt… BOE!

* Naar een paar dagen oude zweetsokken ongeveer
‘Un passe qui ne passe pas’ of ‘Veel ouwe koeien op een half-schoon schip’ (I)
Donderdag 13 juli j.l. kwam ik aan in Parijs om me aldaar een lang weekend te verpozen.
Dat klinkt wel lekker kosmopolitisch hè? Zoals het daar staat?Verveeld bijna.
Alsof ik me begin vorige week lamlendig afvroeg: ‘Kom, gatverdarrie, wat zal ik nou weer eens gaan doen?’
En dat ik dan simpelweg met geen bevredigender antwoord kon komen dan: ‘Ach weet je wat; laat ik me maar weer eens een lang weekend gaan verpozen in Parijs.’
Ik ben me terdege van die ogenschijnlijke nonchalance bewust maar geloof me: ‘dat was geenszins de stato d’animo waarmee ik me richting de onvolprezen Lichtstad begaf.’
Sterker nog: ik steek zelfs zo kleinburgerlijk in elkaar dat ‘vijf dagen Parijs’ door mij als een weergaloos avontuur kan worden beleefd.
Als enige verklaring daarvoor kan ik geven dat het tussen Parijs en mij de afgelopen 31 jaar gewoon een beetje merkwaardig gelopen is. Want hoewel ik in het overgrote deel van de toonaangevende steden der Oude Wereld de weg blind weet te vinden -en ook de uitgestrekte Parijse ommelanden tot in hun uitersten met bezoeken heb vereerd- is het tussen mij en de Franse hoofdstad slechts een enkele keer eerder tot een korte rendez-vous gekomen:
‘Een vluchtig, oogcontact-loos passeren met het hoofd diep in de kraag’. Meer niet. En daarmee deden we elkaar tekort, zo realiseerde ik me sinds lang.
Om weer bij de aftrap van dit bericht te belanden: 13 juli j.l. gaf ik ons beiden dus de kans op een hernieuwde kennismaking.
Stille getuigen
Gek idee soms, dat het allemaal nog bestaat: de kamer, het huis, de straat, de kade, de tramlijn, het park, de tramhalte, de stopera, de groenteboer, het grand café, het damrak, het centraal station, het perron, de trein, Utrecht-Driebergen/Zeist-Ede/Wageningen, de brug, de straat, het huis, de kamer, de whiskey… de whiskey, het park, de tent, de lampjes in de bomen… de sfeer, de hitte -ook toen.
Het decor is er nog. En ik, hoofdrolspeler in mijn eigen verhaal, ben er ook nog. Verder is er veel veranderd.
Losjes op weg naar Immerloos
“Eerst goed naar rechts kijken voor je oversteekt”, had zijn vader hem geleerd toen hij nog maar heel klein was. “En dan naar links en dan nog een keer naar rechts”.
Of misschien was het wel: “Eerst naar links, dan naar rechts en dan nog een keer naar links”. Goed mogelijk. De volgorde van dat heen-en-weer-getuur stond hem eerlijk gezegd niet meer zo helder voor de geest. Maar het belang van deze levenswijsheid had in ieder geval diep in hem postgevat, en daar ging het zijn vader waarschijnlijk toch maar om: ‘Kijk bij elke stap die je zet in vredesnaam goed om je heen want er kan van alles aankomen’.
Het bleek het jongetje aangeboren om goed advies op waarde te kunnen schatten -en bovendien was rebellerend gedrag jegens zijn ouders hem eigenlijk een beetje wezensvreemd – dus vanaf dat moment wierp hij zijn nek in de vreemdste bochten, elke keer dat hij op zijn eigen kleine houtje de Wijde Wereld in trok. Want dàt was de manier om allerhande akeligheid te voorkomen. Zó was je de ellende steeds nèt dat ene stapje voor.
Hij besloot zelfs om van tijd tot tijd ,voor alle zekerheid, ook even naar boven te kijken. Want het zou hem toch niet gebeuren dat ie daar bij elke oversteekbeurt voor z’n eigen bestwil een halfuur naar links en rechts en vice versa stond te koekeloeren en dat er dan opeens een vliegtuig in z’n nek viel.
Ja. Dat zou je net zien.
Zijn oversteken nam zodoende vaak al gauw een halve middag in beslag want altijd -‘ja! daar hééél in de verte! – kwam er wel weer een auto of een bromfiets aan die het op zijn gezondheid had gemunt. -‘Heel eventjes wachten dus nog maar’.-
Het viel hem natuurlijk óók wel op dat er jongens en meisjes waren die zonder te blikken de straat op holden, hun bal achterna, en dat die daar meestentijds, wonder-boven wonder, zonder kleerscheuren of blauwe plekken mee weg kwamen. Het verbaasde hem in hoge mate. Maar goed. Dat was waarschijnlijk meer geluk dan wijsheid. En als hij kiezen moest tussen dom geluk en wijsheid…
Shit happens
Het liefst bedien ik me zo min mogelijk van amerikanismen, maar heel soms hebben die Rednecks gewoon gelijk en kan ik het in mijn moerstaal nauwelijks puntiger verwoorden: ‘Shit Happens’. Een truth as a cow. Nozzle is de klap (goeddeels) te boven, zoals u ziet: De (meeste) Juli-postjes staan weer op hun plaats; uw reacties heb ik echter niet voor sneven kunnen behoeden. Helaasch. Toch: geheel verloren zijn ze niet. Ze staan uiteraard als gegrift in ons hart.
Goed, genoeg gedold. Het leed is geleden. De irritatie en frustratie ebben langzaam richting de kim. En daar heeft Nozzle ze ook het liefst.
‘Een hele maand nozzlelen zomaar foetsie.’ ‘t zal je gebeuren. Tijdens m’n herstelwerkzaamheden kon ik niet om de vraag heen waarom ik dit log nou zo nodig en noest in oude luister wilde herstellen. Pure ijdeltuiterij? Goed mogelijk. Ging het er om de opeenvolging en continuïteit onzer gedachtenspinsels inzichtelijk en naspeurbaar te houden, voor zowel onszelf als voor ‘de ander’? En wie mocht die ander dan wel wezen? Wat was zijn of haar belang bij al mijn gezweet? Waren die tekstjes dan werkelijk zo belangwekkend dat ze voor het nageslacht bewaard dienden te blijven? Niet waarschijnlijk.
Ach, dacht ik, al was het enkel om in komende jaren te kunnen staven dat Nozzle in die bloedhete zomer van 2006 niet slechts indolent op een badmat aan de kust of een watertje heeft rondgelummeld, dan is al die arbeid toch niet voor niets geweest. Bovendien: als wijzelf al niet meer kunnen navolgen wat we allemaal gedacht hebben, hoe zou U dan ooit een coherent en sluitend beeld van Nozzle kunnen vormen?
Dat bedoel ik. Graag gedaan. Dus.
Voort maar weer. Aan den arbeid. (Maar eerst met Biertje, Badmat, Boekie richting Park… FF Chillen…)
G*#~*^>X<*# nog ‘an toe!!!
U ziet het, trouwe lezers van ons weblog (ja ja, ik heb het tegen u beiden!), Nozzle is heden door rampspoed getroffen: ‘de rijke oogst van 19 bloedhete juli-dagen noeste arbeid (alsmede uw onvolprezen en hartverwarmende reacties!) is om onverklaarbare redenen spoorloos uit ons archief verdwenen’. We binden er geen doekjes om: DAAR BAALT NOZZLE enorm VAN!! (Misschien nog nèt niet zo erg als u, maar het scheelt waarschijnlijk niet veel.)
Uiteraard dragen wij deze tegenslag met benijdenswaardige beheersing. We verbijten ons verlies man/vrouw-moedig. ‘Het gaat er niet om hoe vaak je van het paard dondert; het gaat erom hoe vaak je er weer op klimt’, houden wij onszelf dapper en strijdvaardig voor. We keep our upperlips stiff.
(Maar ondertussen, van binnen: ‘u moest eens weten!’
We waren potjandozie nèt zo lekker bezig!!)
Ach , misschien moesten we binnenkort maar eens gaan verhuizen. Een frisse, nieuwe aankleding en behuizing zou zomaar een wonderbaarlijk tantaliserende en fruitige uitwerking kunnen hebben op hetgeen Nozzle met u denkt te moeten delen. Tot die tijd ploeteren wij alhier onverdroten voort. Want mocht u denken dat Nozzle zich door een kleinigheid als dit uit het veld laat slaan; dan kent u Nozzle nog niet! ‘Wij zullen komen, zien en overwinnen’. ‘Wat ons niet doodt maakt ons sterker’. ‘Wij worstelen slechts om boven te komen’, en ja, als het eenmaal zover is, dan kan het met ons werkelijk alle kanten op! Bergt u zich in vredesnaam dus zonder omhaal en bijtijds!
(Ondertussen zijn tips om onze verloren gegane geesteskinderen aan de vergetelheid te ontrukken en weer op deze pagina terug te toveren natuurlijk meer dan van harte welkom.)
Als immer met hartstochtelijke groet, uw beider n. & o.
It’s life Jim, but not as we know it
Zoektocht naar ontsnapte kangoeroe
ALMKERK – Een ontsnapte kangoeroe heeft zondagavond in de omgeving van het Brabantse Almkerk (gemeente Woudrichem) tot een ware zoektocht geleid. Het beest was ontsnapt vanuit de achtertuin van een woning aan de Waardhuizen. De eigenaar begon met bekenden een zoekactie. Nog dezelfde avond hoorde de eigenaar dat het dier was gesignaleerd in een maïsveld
(Bron: Teletekst/ ANP, 10-7-’06)
Geeft u het nou maar gewoon toe: u dacht dat ik Knettergek geworden was, vorige week. Of anders op z’n minst door de hitte bevangen. Maar -I hate to say: ‘I told you so!’- : ZE zijn dus wel degelijk onder ons! Getuige bovenstaand nieuwsberichtje.
En zo is er dus altijd wel weer een plaag of catastrofe denkbaar waarop de wat minder wakkere geesten onder ons niet -of pas veel te laat- zijn bedacht. Maar ondergetekende laat zich dus niet verrassen. No Sir. Zoveel moge duidelijk zijn.
Vandaar dat ik momenteel bezig ben met de fabricage van een Ultra-Sonar-Hyper-Soundblaster. Dit om de uiterst agressieve, Blauwgevlekte Theedoek-haai uit metrostations te helpen verdrijven. (Zoals nog zal blijken is uitgerekend dàt de plaats waar deze onverschrokken roofdieren het liefst wat rondlummelen, namelijk.) Het apparaat is nog niet helemaal uit-ontwikkeld, en ook is het nog wachten op het eerste stadsbestuur dat er heil van verwacht, maar is het eenmaal zover, dan zal de overweldigende belangstelling der Europese hoofdsteden alras volgen, zo schat ik in. (En anders zal de gierend-gekmakende overlast van een kudde losgeslagen Blauwgevlekte Theedoekhaaien ze wel tot enige geestdrift nopen.)
Wat nou? Hoor ik u nou wéér laatdunkend gnuiven?
Het is goed met u: wij spreken elkaar volgende week wel weer. Maar houdt u ondertussen toch vooral Teletekst maar liever een beetje in de gaten…
Geluk of zo
Er zijn van die momenten* die zo mooi zijn, zo intens écht en goed zijn dat ze zich niet laten vangen. Deze momenten willen niet vastgehouden worden, al doen we er alles aan om ze voor altijd bij ons te houden. In een doosje in de ladenkast op de slaapkamer en dan af en toe, hup, het dekseltje optillen en nog eens kijken: ah, wat was dat mooi. De ietwat muffe lucht die inmiddels opstijgt uit het doosje effectief negerend. Het werkt niet, voor mij niet althans. Geen foto, geen dagboekaantekening of opname kan Het Moment terughalen. Hoe harder ik dat wil, hoe minder er van over blijft. Ook het vertellen over zo’n moment (dat een dag, een week, een maand kan duren) komt tussen mij en de ervaring te staan. Geluk of Het Moment laten zich niet vertellen; ze kunnen niet getoond worden, nooit herhaald. Hooguit laten ze zich vertalen, soms misschien jaren later, in een liefdevol gebaar, een glimlach naar een onbekende, een tekening, een gedicht. Want Een Moment verlaat je, als je het rustig de ruimte geeft in jezelf, niet. Het blijft, ergens van binnen -ik weet niet waar en omdat Het Moment zich niet laat vangen, wil ik er ook niet met mijn vlindernetje naar gaan zoeken.
Dit weekend was zo mooi, zo intens écht en goed… In het Minnewaterpark in Brugge: de late namiddagzon zon scheen door de bomen, Rufus Wainwright zat -heel dichtbij- achter de piano en speelde de eerste noten van ‘Hallelujah’. De volgende ochtend tikte het paard Clara hard op de Brugse keitjes, terwijl zij ons door de stad reed.
Nog iets later rende ik op een tankstation met 10 kilometer per uur en in sandalen gestoken voeten tegen een betonnen blok aan, nog vol van Het Moment natuurlijk, en kneusde mijn rechtertenen. Ach ja, ook dat is Het Leven.
* momenten waarin je opgenomen wordt in een groter geheel, louter zijnde, voelende, kloppende, ademende terwijl je je verbonden voelt met iets dat groter is dan jij; en je kleine zelf verliezende kom je dichter bij jezelf, de ander, het leven of wat of wie het dan ook is… maar het mooie is nu juist dat dat op dat moment niets uitmaakt, welke woorden, welke theorieën je eraan geeft… verdomd, dit ís en Het Is Goed.
Genoelselderen
Laatst was ik in een bijna niet-bestaand doch prachtig plaatsje, gelegen in het Limburgse Heuvelland. Na twee rosé en de eerste sigaret in zeven dagen glipte ik stiekem tussen de Stehtische door om een kleine wandeling te maken. Op een kruispunt passeerde ik Jezus en vervolgde mijn glooiende weg langs maïs en koren, het schemerde en de maan was een bleke sikkel. Ik kwam uit bij een beekje, onzichtbaar en alleen hoorbaar als je héél goed luisterde.
Ik liep terug naar het feest en passeerde een bankje met daarop vier bejaarden. Ik hield even stil. “Wat is het mooi hier”, zei ik. Ze keken mij verschrikt aan. “Wablief?”, vroeg de jongste (76). “Dat het zo mooi is hier”, gebaarde ik wild om mij heen. Roerloos zaten ze. En keken. Naar mij. “Ja, het is zo groen hier. Met al dat gras enzo”, lichtte ik toe. Een zucht van verlichting ging door de zaal. We begrepen elkaar. Groen! Gras! “Ja, da’ is schoon”, beaamde Eugène (83).
Toen begonnen er drie honden te blaffen en scoorde Frankrijk tegen Portugal Brazilië.
Tijd voor komkommers
Somtijds overkomt het mij dat ik van pure lamlendigheid niet weten zou hoe mijn spaarzame vrije tijd op zinvolle wijze invulling te geven. (Ik teken daar terstond bij aan: ‘zulks overkomt mij slechts zelden’.) Terwijl; op andere dagen is het mij van ontwaken af aan juist helder als het zuiverste kristal met welke bezigheden ik de vóór mij liggende dag dien zoet te brengen. Een diep gevoelde behoefte tot zingeving spat dan uit mijn poriën. Nut van Het Al en de Bittere Noodzaak der ogenschijnlijk onnutte Dingen zijn mij op die momenten zonneklaar, en de scherpst geslepen facetten van mijn geest verenigen zich zonder hapering met de vaardigheid van mijn handen om de vruchten van de noeste arbeid die mij te verrichten staat de glans van weergaloos succes te verlenen.Als gestuurd door een niet te trotseren Kracht grijpen mijn gehele wezen en gansch mijn handelen dan een richting die doet voelen als ‘Van Nature’, en die in haar overrompelende helderheid overtuigt als zijnde de Enige Juiste. Dit pad eenmaal onverschrokken ingeslagen is het slechts een kwestie van tijd vooraleer het Algemeen Nut mijner nijverheid zich overweldigend en ten volle aan mijzelve en ieder ander openbaart. Anders gezegd: op dergelijke dagen ontvouwt zich de Zin van mijn Bestaan als vanzelf en is falen mij schier onmogelijk.
Vandaag was zo’n dag.
Heel cool bij 32 graden in de schaduw
Alweer een tijdje geleden gezien op teevee, bij de veepeeëroo: Adam Neate; kunstenaar in Londen die zijn schilderijen letterlijk bij het grofvuil zet, zodat mensen die op weg zijn naar hun werk -en die zich kort daarvoor gehaast en sjacherijnig (want wéér vergeten de vuilnis buiten te zetten) met een aktekoffertje in de hand en het jasje van hun pak half aan een weg naar de voordeur van hun appartement baanden, onderwijl struikelend over lege pizzadozen, wijnflessen, een volle asbak en een hooghartige kat- zijn vaak vrolijke, een enkele keer grimmige schilderijen-op-karton Zomaar Gratis Mee Kunnen Nemen. De documentaire liet zien hoe blij gestreste stadsmensen daar van kunnen worden.
Daarom, maar vooral omdat Adam Neate gewoon heel cool is, de link naar zijn website: www.adamneate.co.uk
(Bij zijn tekeningen vind je ook een Blij Nijlpaard.)