De woorden ‘inspiratie’, ‘inspirerend’ en zelfs ‘geïnspireerd’ ontglipten mij nogal eens deze week op het werk. Dat is meestal geen goed teken. ‘Geïnspireerd’ is misschien het nieuwe ‘apart’. “Wat vind je ervan? ” “Tja. Apart wel.” Dit duidt op weinig goeds. “Hoe voel je je nu?” “Ja, geïnspireerd wel.” (stilte) “Ik heb echt weer inspiratie. Om dingen aan te pakken enzo.” Wat ik dan bedoel is dat ik zin heb om: a) een logje danwel boek te schrijven; b) mijn slaapkamermuren chocoladebruin en oudroze (of toch lime?) te verven; c) ‘Op weg naar het einde’ van Gerard Reve te lezen, ergens in de zon aan een meertje of in een stadspark; d) te fantaseren over het roer dat nog zesmaal omkan en welke kanten dat dan op zou kunnen; e) mijn autootje te pakken en richting Het Zuiden te rijden Zonder Enig Plan; f) nieuwe schoenen te kopen; g) a t/m f. Wat ik dus eigenlijk zeg, is: “Ik voel me geïnspireerd om met vanalles aan de slag te gaan maar op dat lijstje staan momenteel dan weer heel weinig dingen (lees: nul) waar u mij voor betaalt.” (Kijkt op klok. Ah. Kwart over vijf!)
Maandelijks archief: juni 2006
Il est cinq heures
Ik hou van het Franse chanson. De dubbelelpee ‘Vive la France’, gevonden in een oude koffer van mijn ouders tussen Neil Young, Boudewijn de Groot, Them en The Moody Blues, draaide ik als meisje van dertien grijs. Van Jacques Brel had ik toen nog niet(s) gehoord, die ervaring kwam een jaar later: in een warme caravan in Friesland -een zachte zomerbries doet de gordijnen opwaaien en brengt het standrumoer aangenaam diffuus naar binnen, ik lig lui en doelloos, met heel mijn wezen veertien zijnd, op de smalle bank- speelde een transistorradiootje krakend ‘Ne me quitte pas’ en schudde mij wakker uit mijn puberlethargie. Het veranderde mijn leven, zoals -eerlijk is eerlijk- de dubbelelpee ‘Vive la France’ nooit had gedaan.
Gérard Lenorman werd met zijn ‘Ballade des gens heureux’ en het eufore ‘Si j’étais président’ een curiositeit, evenals ‘L’oiseau et l’enfant’ van Marie Myriam. Jeugdzondes, waar je later met een milde glimlach nog wel eens met mee neuriet. Er waren twee uitzonderingen: Charles Aznavour met zijn ‘Que c’est triste Venise, au temps des amours mortes, que c’est triste Venise, quand on ne s’aime plus…’ en Jacques Dutronc met zijn lofzang op Parijs.
Ik kon als dertienjarige alleen maar dromen en hopen, hopen dat ik niet zou sterven vóór ik De Liefde en Parijs had leren kennen, vóór ik in het ochtendgloren ergens in een straat in een kamer in een bed in Parijs in de armen van mijn geliefde uitgeput in slaap zou vallen.
Les travestis vont se raser
Les stripteaseuses sont rhabillées
Les traversins sont écrasés
Les amoureux sont fatigués
Il est cinq heures
Paris s’éveille
– Fragment uit ‘Paris s’éveille’ van Jacques Dutronc, tekst van Jacques Lanzmann
Zo een avond
De ‘tiekets’ liggen voor ons klaar bij ‘het onthaal’ van dit festival, over een paar weken. Met véél dank aan Loes, die haar mailtjes telkens eindigde met een ‘groetje’.
Dit schreef ik in mijn ponnetje, met daarover een zacht wollen witte vestje, met mijn blote voeten rustend op de warme, houten vloer van mijn nieuwe kamer, aan mijn tafel, achter mijn witte laptopje, met voor mij m’n nieuwe oude sofa, achter mij drie heel grote ramen die uitzicht bieden op Straat & Rumoer en boven mij Heel Veel Ruimte en uiteindelijk een Versierd Plafond, luisterend naar Fijne Muziek. Yeah Yeah Yeah!
Soms zijn de dingen heel eenvoudig.
The one you love
Wie zou je nu echt nog eens willen zien? Ik wist het niet zo goed; beetje concertmoe misschien. Maar! Ja! Rufus komt! Naar ergens best in de buurt! Naar zo’n sympathieke plek óók nog. Ja! Ja! Ja! Dat klópt gewoon!
Oh. Had ik ook maar zo’n woord, zo’n kreet waarmee ik mijn blijdschap kon uitdrukken… **********!
Moeilijke voeten
Ik heb moeilijke voeten. Als kind weigerde ik verantwoorde schoenen te dragen. “Je zult er later last van krijgen”, benadrukte mijn moeder keer op keer maar ik bleef het vertikken. Lakschoentjes wilde ik. Frivole sandaaltjes van zacht leer. Geen bruine, stevige houtjetouwtjeschoenen! (Mijn moeder komt nu wellicht over als een doetje wat zij in het geheel niet is. Ik dreigde echter al op 3-jarige leeftijd mij van de trap te werpen als ik ‘die lelijke lelijke lééééélijke schoenen’ aan moest. Enig gevoel voor drama -en een licht onvermogen tot relativeren- is mij blijkbaar nooit vreemd geweest.)
Jaren had ik geen last van ze. Ik koketteerde zelfs een beetje met mijn platvoeten, in het zwembad. Kijk, mijn natte voet maakt een héle afdruk op de stoeptegel. Ha!
Maar nu is het toch zover. Pinkpop was de druppel: lang staan, veel op de tenen en af en toe nog springen ook. Pijn deed het en als je goed keek, zag het er nog gekker uit dan eerst. Mijn knieën deden nu ook mee; het ging kortom helemaal de verkeerde kant op.
Ik bezocht de huisarts. Hij keek even, boog door de knieën en klopte op het uitgezakte gedeelte van de rechtervoet. “Ik heb het gezien. Doe je schoenen maar weer aan”, zei hij. Klonk hij neerslachtig? “Gelukkig hoef je nu, zoals honderd jaar geleden, geen aparte, hoge schoenen meer aan of ijzeren beugels”, mompelde hij, onderwijl een verwijsbriefje invullend. Ik, opeens weer 3 jaar oud, staarde schuldbewust naar mijn enigszins naar binnen gedraaide knieën. De huisarts keek op en overhandigde me glimlachend het briefje. “Steunzolen!”
Waarom het toch Couperus werd
Omdat ik zo geniet van de prachtige woorden, zinnen, de sublieme stijl… en wat eruit spreekt…
Zij bleef een paar dagen thuis, en at op hare kamer. Op een morgen, ging zij echter wat wandelen in de villa Borghese, toen zij den jongen Van der Staal tegen kwam, op zijn wiel.
- U fietst niet? vroeg hij, afspringende.
- Neen…
- Waarom niet?
- Het is een beweging, die niet met mijn type overeenkomt, antwoordde Cornélie, boos, dat zij iemand ontmoette die de eenzaamheid van haar wandeling stoorde.
***
En moê liet zij de brochure vallen, en dacht hoe treurig het was. De menschen, de vrouwen, de meisjes. Zij, vrouw, jonge vrouw, doellooze vrouw, hoe treurig zij was in het leven. En Duco, hij was gelukkig? Maar toch zocht hij de lijn van zijn leven, toch zag hij uit naar zijn doel. Een nieuwe onrust was in hem gekomen. En zij schreide een beetje, en wrong zich, onrustig, in hare kussens, en klampte haar handen, en bad, onbewust, en tot wie, wist zij niet:
- O God, zèg mij, wat moeten wij doen!
***
De maanden droomden voorbij. En hun geluk deed zulk een zomer in hen ontbloeien, dat zij rijpte in mooiheid, hij in talent; de hoogmoed in hen sloeg als een fierheid naar buiten: bij haar bloei, bij hem werkkracht; haar loome bevalligheid herschiep zich in fiere rankheid; in volheid zwollen hare vormen; glans lichtte op in haar oogen, blijdschap om haar mond – van nerveuze aandoening trilden zijn handen, als hij zijn penseelen nam, en de luchten van Italië welfden uitspansels voor zijn oog als firmamenten van liefde en innige kleur.
***
- Aan zijn leven richting geven, dàt is het moeilijke. Ieder leven heeft een lijn, een richting, een weg, een pad: langs die lijn moet het leven vervloeien in den dood, en wat is na den dood; en die lijn is moeilijk te vinden.
– Uit: Langs lijnen van geleidelijkheid, van Louis Couperus, verschenen in 1900
In de trein
Meisje I: “Ik ga journalistiek studeren.”
Meisje II: “Leuk. Waar?”
Meisje I: “Het kan maar op twee plekken, in Utrecht en in Zwolle.”
Meisje II: “En waar wil jij?”
Meisje I: “Weet nog niet. Je moet toegelaten worden hè. Maar dan word je ook écht journalist. Alle mensen die in de journalistiek werken, komen van die twee scholen af.”
Het ongeremde zelfvertrouwen waarmee meisje I zonder blikken of blozen twee keer de plank finaal missloeg, was benijdenswaardig. Precies de juiste houding!
Contrast
Het is raar om buiten in de zon te lopen, met een broodje falafel van Maoz en een blikje cola light – de stad roezemoest in de zon, de terrasjes zitten vol, men drinkt koffieverkeerd, witbier, in de H&M is het druk, ritsrats gaat men door de rekken, op zoek naar een jurkje, een hemdje, hotpants, slippers, een kleurige tas voor morgen mee naar het strand en misschien ook nog zo’n geinige gehaakte witte zonnehoed, de zomer is losgebarsten, de lucht is stralend blauw, in het park trapt men loom een balletje, warmt zich zij aan zij aan de zon -eindelijk!-, men haalt een broodje gerookte makreel bij de visboer, het is vrijdag, bijna weekend, nee, het ís al weekend, vanavond gaat men barbecuen, de spiezen van slager Sjek Floor vliegen over de toonbank, het is vrijdag, zomaar een vrijdag in juni waarop de zomer is losgebarsten… Het is raar om buiten in de zon te lopen, de warmte op m’n huid te voelen, het zweet dat lichtjes parelt op mijn bovenlip… wetende dat vanochtend vroeg, toen de zon net op was, een mens is gestorven.
Cornelie of Paulie?
“Ik ben benieuwd of ik Couperus kan lezen terwijl American Chopper op staat.”
Wordt wellicht vervolgd
Gezellige uitjes
Veel geneuzel en weinig Nozzle de laatste tijd. Een personeelsetentje liep bijkans uit op drama: aan het eind van een lange, rechte tafel in een verder leeg en Volkomen Sfeerloos restaurant dat zich zo ongeveer óp de snelweg bevond, zat ik tussen dames die spraken over ‘Temptation Island’, ‘Jouw vrouw, mijn vrouw’, acrylnagels, samenwonen, binnenkort gaan samenwonen, over een jaar gaan samenwonen, over twee jaar gaan samenwonen, nieuwe gordijnen, bijna-nieuwe gordijnen etc. Op de tafel voor mij stonden Drie Sausjes (knoflook, Hollandaise en whiskey), een bakje met sellerysalade (evenals de sausjes daterend uit februari ’78), een bakje sladressing van Calvé met wat komkommer erin en een schaal met brokken vlees, die….
Weet je? Ik! Kan! Het niet! Ik kan er niet eens over schrijven! Moet je nagaan hoe ik me voelde toen ik daar zat, aan Die Tafel, in Dat Restaurant. Terwijl buiten de zon prachtig onderging en ik alleen maar kon denken: waar Het ook is, hier in ieder geval niet!
Zojuist sprak iemand mijn voicemail in: “Hee, je kent mij niet maar wij doen een vrijgezellen voor S. Niet tegen S. zeggen, want ze weet nog van niks! De kosten zijn 135 euro. We gaan varen met een sloep en halverwege de middag meert er een matroos aan die…”
Nee! Ik wil geen vrijgezellen doen!
Ik wil geen personeelsetentjes met gourmetten en frisdrank ’In de Blinde Kip’!
Ik wil geen uitjes, alleen bij de haring.