Fijn maar ook verdrietig
Barendje en het Hongaartje zijn bijna aan de beurt. Sinds januari 2005 staan ze op mijn bureau; de struise, blonde en van gezondheid blozende Barendje -in korte broek met kniekousen- slaat goedmoedig zijn arm om de frêle, breekbare schouders van het zwartharige, magere Hongaartje dat met holle ogen dankbaar naar Barendje opkijkt.
“En, Barendje, is het een aardig Hongaartje?” vraagt meester Van Maanen ’s middags.
Barendje haalt zijn schouders op. ” ‘k Weet het niet. Hij heeft nog helemaal niks gezegd.”
“Hij denkt zeker: praten, dat zal Barendje wel doen”, plaagt de meester. Maar dan wordt hij ernstig. ” Hij is nog zo klein, Barendje. Wie weet hoe bang hij is. Er zijn kinderen die thuis direct geslagen worden, als ze iets verkeerd doen. Hij weet nog niet, dat jullie hem alles willen geven: eten en kleren… en liefde. Wees maar geduldig.”
Barendje knikt. Hij zucht. Hij had gedacht dat ‘t alleen maar fijn zou zijn: een Hongaartje in huis. Maar ‘t is ook verdrietig.
Uit: Barendje en het Hongaartje van Co van der Steen-Pijpers
Ik ben nogal laat met het inpakken van Barendje en zijn ‘gast-Hongaartje’ Sigmund (Zacht in zich zelf zegt hij de vreemde naam: Zieg-moend…). Er moest namelijk ook gerecreëerd worden deze week, en hard gewerkt, en o ja, twee (!) semi-filosofische lezingen over ‘waarheid’ moesten bijgewoond worden. Trouwens, die documentaire over Keith Moon moest ook gekeken worden.
Vandaar dat ik me nu in opperste pre-verhuizingschaos bevind. Dat gaat zo:
Je kijkt om je heen en hebt géén idee waar je moet beginnen. Eigenlijk lijkt het onbegonnen werk. Je staat wat slungelig in je kamer, kijkt eens in de spiegel (haar zit leuk ja), de zon schijnt naar binnen, Jeff Buckley zingt Hallelujah, je opent het raam en hangt naar buiten, zoals je vaak hebt gedaan. Je denkt aan Boudewijn de Groots ‘Naast jou’: … en ik spring uit bed, ik gooit de ramen open, mensen zwermen op het plein, de lucht is blauw…
En opeens raakt het me hard. Het besef: ik ga hier weg.
Ik zucht. Ik had gedacht dat ‘t alleen maar fijn zou zijn: verhuizen. Maar ‘t is ook verdrietig.