De sijsjes en de merels

Ik loop nu al dagen rond met merkwaardige liedjes in mijn hoofd; mijn hersenen lijken verslaafd geraakt aan ‘Bij ons in de Jordaan’ en aan flarden als ‘Al die Amsterdamse mensen, al die lichtjes ‘s avonds laat op het plein…’ Het gaat maar door, binnenin mijn hoofd. In de auto, onder de douche, achter de computer. Misschien komt het door carnaval; ik hoorde de hele dag krakers voorbij komen die ik nauwelijks verstond, laat staan mee kon zingen. Om toch tegemoet te komen aan de behoefte om vrij en onbezonnen mijn gemoed te luchten, verzonnen mijn hersenen een substituut in de vorm van ‘Bij ons in de Jordaan’ en andere krakers uit de crisisjaren. Vanochtend kwam er weer eentje bij. Ditmaal uit de jaren vijftig, vermoed ik, want ik weet in deze niets zeker.

Ik liep nietsvermoedend naar de koffieautomaat toen ik mezelf opeens zachtjes hoorde zingen: ‘Ik ben zo blij dat ik een stukje van de wereld ben, dat ik de wijsjes van de sijsjes en de merels ken…’ Dit ontzettend oubollige liedje (het moet haast wel uit de jaren vijftig zijn) raakte me: het bijna Spinozistische inzicht maakte me blij. Verdomd, ik was het er vandaag mee eens. Rest alleen de vraag: hoe klinkt het wijsje van een sijsje? (Hieraan voorafgaand de vraag: hoe ziet een sijsje eruit? De tijden dat ik vogelaar wilde worden, liggen ver achter me -al besef ik dat er nu hele generaties opgroeien die bij het woord ‘sijsje’ niet eens meer aan een vogel denken maar aan de stationsrestauratie.) Ik zal eens googelen op ‘sijsje’ en wacht vervolgens rustig af tot de lente, in de heerlijke wetenschap dat ik een stukje van de wereld ben.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>