Maastricht, 27 februari 2006, 00.48:
“Das eine Hollènder, dat zuuste zó!”
Maandelijks archief: februari 2006
Lijmen/Het been
Een man van middelbare leeftijd, met vettig opzijgekamde haren en een koffertje. Hij had zich effectief opgedrongen; subtiel misbruik makend van het feit dat ik nog in mijn inwerkperiode zit. Nadat hij eerst de secretaresse tot wanhoop had gedreven met zijn vele telefoontjes, werd hij doorverbonden met mij. Voor ik wist wat er gebeurde, hing hij op met: “Dan zie ik u maandag om half elf. Ik neem De Gids mee. U zult zien, dat het allemaal vanzelf spreekt.”
Vanochtend belde de receptie: “Meneer Kraaienpoot van De Gids staat hier beneden voor je.” Ik was de afspraak, wellicht door het eenzijdige karakter ervan, glad vergeten. Ik had geen flauw idee wat hij kwam doen en keek schichtig om me heen terwijl ik met meneer Kraaienpoot naar mijn kantoortje liep. Ik hoopte dat ik niemand tegenkwam. Wat moest ik zeggen als iemand me vroeg wie hij was of wat hij kwam doen? “Een kopje koffie gaat er wel in”, verklaarde meneer Kraaienpoot, twee passen achter mij lopend en nieuwsgierig om zich heen kijkend.
Napoleonsbaan
Echt. Het is Iedere Keer weer Leuk:
- “Schnitzels zo groot als deurmatten!”
- Herberg De Nimrod (De Nimrod! De Nímrod!)
- Dat alle snackbars ‘Friture’ heten
- De Boerenbond
- Roggel
- Het huis van lichte zeden met op de voordeur een A4-tje met de handgeschreven woorden: ‘Achter om aub’
- Het Gekke Huis! Het Gekke Huis! Wát een Gek Huis!
Bijzonder Eervolle Vermelding:
(Misschien wel de beste ‘haiie!’-zeggers van Limburg)
- “Bakkerij Peeters: gewúún de lekkerste”
Groot! Nieuws!
“Wetenschappers zijn dolgelukkig met de ontdekking van honderden nieuwe dier- en plantensoorten in de bergachtige regenwouden op Nieuw Guinea in Indonesië. Tijdens een expeditie in het zeer moeilijke begaanbare gebied zijn vogels, kikkers, vlinders en planten gevonden die nog niet bekend waren.
Helemaal blij waren de onderzoekers toen ze een koppeltje paradijsvogels met zes lijnen op de kop zagen. De vogel, die Berlepsch heet, zou zijn uitgestorven.
De wetenschappers spreken van het vinden van het paradijs.”
Bron: Wereldnatuurfonds
Spring ‘s in de lucht!
Ach kom nou toch: dat ken je toch zeker wel? Dat je op een begin-februari-zaterdagochtend een beetje verkreukeld wakker wordt na een een iets te lange avond en een veel te korte nacht? Dat je je niet helemaal precies meer herinneren kan wat voor memorabels je de avond tevoren allemaal te debiteren had maar dat je desalniettemin nog haarscherp voor de geest staat wat voor een verpletterende indruk je wijze woorden en boeiende verhalen op je bewonderend gehoor hebben achtergelaten? (‘Ja joh! Dat was jij die daar zo weergaloos stond te oreren! Daar zou de grote Cicero zelve geen weerwoord op hebben gehad! Je mag best een beetje trots zijn op je zelf! Vooruit: ‘t had een biertje minder gemogen wellicht, maar hé schaamte daaromtrent zou volstrekt misplaatst zijn: je hebt dat feestje toch maar mooi in je eentje aan de eerloze poel der vergetelheid onttrokken middels je nimmer aflatend enthousiasme, je onovertroffen eruditie en ongebreidelde fantasie. Ja ja je denkt het zo vaak maar het mag ook best eens gezegd: “Je bent een HELD!”)
Dat je – het klokje nogmaals rond en eenmaal pas goed wakker- bemerkt hoe een zonnestraal zich (…voorzichtig nog…) vanuit een on-winterse hoek je slaapvertrek tracht binnen te buigen? Dat een euforisch geluksgevoel van onbestemde herkomst aan je geest blijft kleven terwijl je met een verfrissende douche de afgelopen week van je lichaam probeert te spoelen? Hoe diep gelukkig je kan worden van je eerste kop zaterdagochtend-koffie; niet zozeer door de vertrouwde gewoonte en het verslavende aroma ervan, maar simpelweg omdat er überhaupt nog koffie in huis aanwezig bleek te zijn op een moment dat je er zin in had? Hoe je je voor het eerst sinds die verschrikkelijke novemberstorm weer eens op je dakterras nestelt? Op een beschut plekje uit de wind, dat wel. (We zijn er misschien nog niet maar het begin is er!) Hoe je je eigen vreugdevuurtje opstookt door een beginnetje te zoeken in je laatste literaire aanwinst (‘Kentering van een huwelijk’ van Sandor Márai), Verdi’s Opera-feest ‘La Traviata’ op de achtergrond….? En dat een ondefinieerbare kracht je ondanks de zaligheid van je zelf-gecreëerde hemeltje oproept de stad in te gaan… onder de mensen te zijn…? Hoe je -tijdens je gang door het park- gewaar wordt dat dat Ene weer in de lucht hangt? Die zweem van al het mogelijke…, dat vermoeden van erotiek…. die prikkelende hint van grenzenloze passie…. die suggestie van Elysium….
Het beweegt zich uitdagend ergens in de periferie van je blikveld maar hoe snel je je hoofd ook draait: ‘Het’ laat zich niet vangen… nog niet… Maar je weet: ‘Het’ is er weer… en ‘Het’ is er voor mij niet minder dan voor jou.. ‘Het’ laat zich slechts nog graag even raden voor het zich in haar overdonderende uitbundigheid openbaart: ‘Lente’…. even wachten nog… – heel eventjes maar- … toch heeft ‘Het’ al ruimschoots vat op me. Dat weet ik zekerder dan alles wat ik ooit zekerder heb geweten dan iets anders, want oorverdovend fluistert ‘Het’, tegen mijn ratio in, diep bij mij van binnen: ‘Spring ‘s in de lucht…..’
Mesmerizing
In de grootste bioscoopzaal van de stad keek ik gisteren naar Munich. Voordat de film begon, kon ik nauwelijks m’n ogen open houden. Zo moe was ik. Het woord ‘slaapdronken’ kwam tot leven; ik zwalkte door de foyer, had m’n popcorn al op tijdens de voorfilmpjes en uitte nét iets te hard mijn mening over de mensen op de rij voor me (“‘t Zijn nerds hè”). Ook rechtop blijven zitten kostte me enige moeite.
Totdat Munich begon. Drie uur lang staarde ik met open mond (zo voelde het tenminste; gezien mijn toestand sluit ik trouwens niet uit dat het echt zo was) naar het doek. Ik was zo gebiologeerd dat ik volledig vergat hoe moe ik was. Toen de aftiteling verscheen, was er nog net tijd om te denken: “Jammer.” Daarna viel ik in een diepe slaap.