Spring!

Je oog valt op een rijtje taken en verantwoordelijkheden, een kort bedrijfsprofiel, een salarisindicatie, een e-mailadres. Het is niets meer dan een verzameling letters en een logo op internet. Je denkt nog niks, je ogen vliegen nog eens over de tekst. Misschien, ach… Je scrollt verder, vergeet het weer. Tot je een paar dagen later nog eens kijkt en weer op dat rijtje, dat logo stuit. Dit zijn je taken, dat zijn je verantwoordelijkheden, we verwachten van je dat je… Er beginnen zich contouren af te tekenen, een wereld doemt op achter de woorden. Mensen lopen heen en weer, er is een koffieautomaat, een vergaderzaal, er wordt gelachen, gezeurd, geroddeld, gewerkt… en dat in een ‘dynamische omgeving’, op een anders-dan-anders werkplek. Voor je het weet, heb je met rode wangen op ‘verzenden’ gedrukt en een week later zit je daar, in de werkelijkheid achter de woorden. In de hal staat inderdaad een koffieautomaat. Een paar mensen staan erbij en praten op gedempte toon. Als je langsloopt, kijken ze nieuwsgierig op. De contouren zijn scherper geworden maar nog niet scherp genoeg om je fantasie in toom te houden. Misschien is het Heel Vervelend, zegt ‘ik I’. Misschien is het juist Heel Leuk, zegt ‘ik II’. Misschien moeten jullie gewoon even je kop houden en wat anders gaan doen, zegt ‘ik III’. Dat gezeur altijd!

Maar het kan nog gekker…

…. want terwijl de betere kant van mijzelf -opgeruimd en welgemoed als altijd- op de spekgladde dansvloer van een (eerlijk is eerlijk:) best wel morsig etablissement op subtiele wijze Lennon’s ‘Nut Voor ‘t Algemeen Belang ‘ aan het verstand trachtte te peuteren van een jongvolwassene die ogenschijnlijk pas het levenslicht zag om en nabij het moment waarop het ontegenzeggelijk meest zwartgallige maar tevens meest poëtische kwart van de GROOTSTE POPBAND allertijden tegen wil en dank genoopt was ons aards tranendal te verlaten, deed mijn door een overdaad aan alcohol benevelde brein tientallen kilometers daarvandaan een vermetele poging antwoord te vinden op de door mijzelf opgeworpen vraag wat een genie tot een genie maakt. En ‘Anno Domini 2006′ lijkt als geen ander jaar legitimiteit te bieden voor het stellen van die vraag :’400ste geboortedag van Rembrandt’ , 250 jaar vergleden sinds het heuglijke moment dat Mozart de wereld met zijn komst verblijdde’ : geen kroontjespen blijft ongeslepen, geen zaterdagbijlage onbezoedeld om deze ‘mysteries en God-gegeven-wonderen in menselijke gedaanten’ nu eindelijk eens voorgoed en voor altijd tot op hun bot, ziel en wezen te fileren… met geen ander resultaat dan dat ons vragen niet afneemt maar groeit, hun Grootsheid -juist nog sterker dan voorheen- verblindende vormen aanneemt en ons eigen creatief tekort en gebrek aan onmiskenbaar talent tot pijnlijke proporties worden uitvergroot…

‘Het belang van Lennon…’ … waar zullen we eens beginnen, daar waar geen beginnen aan is…. Om te spreken met een vriend die er verstand van heeft: “‘Lennon is geen poëet’, ‘Lennon’ is geen gitarist of liedjesschrijver, ‘Lennon’ is geen goeroe of visionair; ‘Lennon’ kan slechts tekort worden gedaan wanneer je hem probeert te determineren of poogt onder te brengen onder één dezer noemers: ‘Lennon’ is boven al die etiketten een houding vanwaaruit je het leven kan en mag durven zien….’ Wie ben ik om mijn vrienden tegen te spreken? En wat die som der delen betreft: soms, – heel soms- is 1+1 inderdaad 3. (daar hoef je niet eens interessant bij te kijken)… en waardeert Harrison in zijn eentje het geheel met verbazingwekkend gemak op tot 4.3. ‘t is allemaal simpelweg een kwestie van je zuiverste logica en wiskunde, als Mozart, Rembrandt en Bach… ‘logica, emotie, guttfeeling’…. en ‘iets’ ver daaraan voorbij…. want waar haal je het lef vandaan: ‘while my guitar gently weeps’ gevolgd door een Bachiaans ‘Martha my dear’, afgerond met een -meer dan down to earth - ‘why don’t we do it in the road’? van Lennon om de zaak weer in evenwicht te trekken…. Het onvolprezen ‘White Album’ … McCartney, Harrison, maar bovenal: ‘Lennon’. Imagine als je durft

Lennon?’, schreeuwt je 25-jarige danspartner in je gezicht. ‘Was dat niet die homo van Take That? en wat zei je nou net?

Ja. Inderdaad. Die bedoel ik. Die homo van Take That. …’of je nog een biertje lust…’

Strange night indeed

Zaterdag beleefde ik het genoegen om op een feest te zijn waar ik veruit de jongste was. Op de rookvrije dansvloer, waar 30-, 40- en 50-plussers blijmoedig en enthousiast bewogen op muziek van Wham!, Madonna en Snap, voelde ik voor het eerst sinds lang de Jeugdige Triomf in me op borrelen; dit triomfantelijke gevoel is gebaseerd op niets anders dan het feit dat je Een Stuk Jonger bent dan de rest. Naast triomf voelde ik ook angst; de grote, frisse dansvloer, de mannen met bloesjes en jaren ’80-spijkerbroeken, de bijeengeraapte muziek, de zitjes in de bar -met op de tafels pinda’s in plastic bakjes… Hoewel in Leuk Gezelschap was dit duidelijk niet mijn ding en ik hoopte maar dat de voortschrijdende tijd me niet zou dwingen dansavonden als deze tot Mijn Ding te maken.

De avond raakte vanzelf weer in balans toen ik me uren later op een kleine, drukke, donkere dansvloer bevond waar het rook naar bier, zweet en sigaretten. Ik kon prima zonder de Jeugdige Triomf. “Dít is nu John Lennon!” riep ik al springend met een biertje in mijn hand tegen iemand (25). Strange days indeed.

1 + 1 = 2

We zijn dus met z’n tweeën (al is het tot op heden een tamelijk solistische bedoening hier -een opmerking waarmee ik natuurlijk niet meteen een jarenlange vriendschap op het spel wil zetten, maar toch).

1 + 1 = 3. Mensen vinden dat leuk om te beweren; het suggereert veel. (Maar wat? Het is Echt Niet Genoeg om er diepzinnig bij te kijken terwijl je het uitspreekt!)

Hier is 1 + 1 gewoon 2.
Hij verzon nozzle.
Ik maakte een log aan.

Zo simpel is het.

Dáhaag!

De vraag is hoe ik het überhaupt bijna anderhalf jaar heb uitgehouden hier. Onder de tl-buizen, op een rammelende bureaustoel met een tafelpoot tussen m’n benen (enige manier om fatsoenlijk bij m’n toetsenbord te komen), achter een computer uit het jaar 1832 die klinkt alsof hij elk moment op kan stijgen (wát een lawaai!). O ja, dan vergeet ik nog te vermelden dat in deze kleine, bedompte ruimte geen ramen zijn waardoor zelfs op stralende dagen de buitenwereld nog slechts een vaag vermoeden is.

Maar, nog een paar uurtjes en dan: Nooit Meer!
Ha!

Br.o.nr.

Je bent 31, man/vrouw, kamerbewoner in het midden/Oosten des lands, rokend/soms-rokend, drinkend, oprecht vriendelijk maar vilein indien nodig, opera/lowlands, Amsterdamse Waterleidingduinen, denken/dansen, Beatles, Bowie en Buckley.
Je bent 31.
Man/vrouw.
Het kan! Nog! Alle! Kanten Op!
Toch?